Verhandeling 155 - Op de vlucht door Noord-Galilea

   
   Red Jesus Text: Aan | Uit    Paragraaf Nummers: Aan | Uit
AfdrukkenAfdrukkenSend by emailSend by email

Het Urantia Boek

Verhandeling 155

Op de vlucht door Noord-Galilea


(1725.1) 155:0.1 SPOEDIG nadat Jezus en de vierentwintig op deze veelbewogen zondag nabij Keresa waren geland, trokken zij een eindje naar het noorden, waar ze in een mooi park ten zuiden van Betsaïda-Julias de nacht doorbrachten. Ze kenden deze kampeerplaats omdat ze daar voorheen ook al waren geweest. Voordat zij zich voor de nacht terugtrokken, riep de Meester zijn volgelingen bijeen en besprak met hen de plannen voor hun voorgenomen tocht door Batanea en Noord-Galilea naar de Fenicische kust.

1. Waarom woeden de heidenen?

(1725.2) 155:1.1 Jezus sprak: ‘Jullie moet je allen kunnen herinneren dat de Psalmist over deze tijden heeft gesproken, met de woorden: “Waarom woeden de heidenen en spannen de volkeren tevergeefs samen? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers over het volk spannen samen tegen de Heer en tegen zijn gezalfde en zeggen, Laten wij de banden van barmhartigheid verbreken en de koorden van liefde afwerpen.”

(1725.3) 155:1.2 ‘Vandaag zien jullie dit voor je ogen in vervulling gaan. Jullie zullen echter de rest van de profetie van de Psalmist niet vervuld zien, want hij had onjuiste ideeën over de Zoon des Mensen en zijn missie op aarde. Mijn koninkrijk is gegrond op liefde, wordt verkondigd in barmhartigheid en opgericht door onzelfzuchtig dienen. Mijn Vader zit in de hemel niet spottend te lachen om de heidenen. Hij is niet toornig in zijn grote mishagen. Wel is de belofte waar dat de Zoon deze zogenaamde heidenen (in werkelijkheid zijn onwetende en niet-onderrichte broeders) als zijn erfdeel zal ontvangen. En ik zal deze niet-Joden met open armen van barmhartigheid en genegenheid ontvangen. Al deze goedertierenheid zal aan de zogenaamde heidenen betoond worden, ondanks de ongelukkige verklaring in de schrift die suggereert dat de triomferende Zoon “hen met een ijzeren knots zal verbreken en hen zal stukslaan als pottenbakkerswerk.” De Psalmdichter heeft jullie opgeroepen om “de Heer te dienen met vreze” – ik nodig jullie uit de verheven prerogatieven van het goddelijk zoonschap te aanvaarden door geloof; hij gebiedt jullie je te verheugen met beving; ik nodig jullie uit je te verheugen in verzekerdheid. Hij zegt, “Kus de Zoon, opdat hij niet toorne en gij verloren gaat wanneer zijn toorn wordt ontstoken.” Maar jullie die met mij hebt samengeleefd, weet zeer wel dat toorn en gramschap geen rol spelen in de oprichting van het koninkrijk des hemels in de harten der mensen. De Psalmdichter ving echter wel een glimp op van het ware licht, toen hij aan het einde van zijn vermaning zei: “Welzalig allen die bij deze Zoon schuilen!”’

(1725.4) 155:1.3 Jezus vervolgde zijn onderricht van de vierentwintig met de woorden: ‘De heidenen hebben wel een zeker excuus wanneer zij tegen ons woeden. Omdat zij maar een zeer beperkte, nauwe blik hebben, kunnen zij hun energie enthousiast op één punt richten. Hun doel ligt vlak voor hen en is min of meer zichtbaar, vandaar dat zij er zich dapper voor inzetten en het effectief weten te bereiken. Jullie, die hebben betuigd dat je het koninkrijk des hemels bent binnengegaan, zijn over het algemeen te aarzelend en te onzeker in jullie optreden als leraren. De heidenen gaan rechtstreeks op hun doel af; jullie maken je schuldig aan teveel chronisch hunkeren. Als je verlangt het koninkrijk binnen te gaan, waarom neem je het dan niet in door het geestelijk te bestormen, net zoals de heidenen een stad innemen die zij belegeren? Jullie zijn het koninkrijk nauwelijks waardig wanneer je dienstbetoon voor zo’n groot deel bestaat uit een instelling van spijt hebben over het verleden, jammeren over het heden, en ijdel hopen op de toekomst. Waarom woeden de heidenen? Omdat zij de waarheid niet kennen. Waarom kwijnen jullie in nutteloze hunkering? Omdat jullie geen gehoor geven aan de waarheid. Staak je nutteloos hunkeren en trek er moedig op uit om datgene te doen wat van belang is voor de vestiging van het koninkrijk.

(1726.1) 155:1.4 ‘Wordt bij alles wat je doet niet eenzijdig en al te gespecialiseerd. De Farizeeën die onze ondergang zoeken, denken waarlijk dat zij daarmee Gode van dienst zijn. Zij zijn door hun tradities zo bekrompen geraakt, dat zij door vooroordeel worden verblind en door vrees verhard. Kijk naar de Grieken die een wetenschap hebben en geen religie, terwijl de Joden een godsdienst hebben en geen wetenschap. Wanneer de mensen zo op een dwaalspoor raken, dat zij een beperkte, verwarde desintegratie van de waarheid accepteren, dan is hun enige hoop op heil dat zij zich met waarheid laten coördineren – dat zij zich bekeren.

(1726.2) 155:1.5 ‘Laat mij nadrukkelijk deze eeuwige waarheid vaststellen: indien jullie, door waarheids- coördinatie, in jullie leven deze schone heelheid van rechtvaardigheid leert illustreren, zullen jullie medemensen jullie vervolgens zoeken om ook te verwerven wat jullie aldus hebt verworven. De mate waarin waarheidzoekers tot jullie worden aangetrokken, vertegenwoordigt de maat van waarheid die jullie is geschonken, jullie rechtvaardigheid. De mate waarin jullie met je boodschap naar de mensen toe moet gaan, is in zekere zin de mate waarin je faalt om het hele of rechtvaardige leven, het waarheid-gecoördineerde leven, te leiden.’

(1726.3) 155:1.6 En nog vele andere dingen onderrichtte de Meester zijn apostelen en de evangelisten, voordat zij hem goede nacht wensten en rust zochten op hun kussen.

2. De evangelisten in Chorazin

(1726.4) 155:2.1 Op maandag 23 mei, gaf Jezus ’s morgens aan Petrus de opdracht met de twaalf evangelisten naar Chorazin te gaan, terwijl hijzelf met de elf apostelen vertrok naar Caesarea-Filippi; zij trokken langs de Jordaan tot aan de weg van Damascus naar Kafarnaüm, vandaar naar het noordoosten tot de kruising met de weg naar Caesarea-Filippi, en vervolgens de stad in, waar ze twee weken bleven en onderrichtten. In de namiddag van dinsdag, 24 mei, kwamen ze daar aan.

(1726.5) 155:2.2 Petrus en de evangelisten bleven twee weken in Chorazin, waar ze het evangelie van het koninkrijk aan een kleine, maar ernstige groep gelovigen verkondigden. Zij konden echter niet veel nieuwe bekeerlingen winnen. In geen stad in heel Galilea werden zo weinig zielen voor het koninkrijk gewonnen als in Chorazin. In overeenstemming met de instructies van Petrus spraken de twaalf evangelisten minder over genezing – lichamelijke zaken – terwijl ze met meer kracht de geestelijke waarheden van het hemelse koninkrijk predikten en onderrichtten. Deze twee weken in Chorazin vormden voor de twaalf evangelisten een ware doop in tegenspoed, in de zin dat het de moeilijkste en meest onproductieve periode was in hun loopbaan tot dusver. Daar zij zodoende verstoken bleven van de voldoening om zielen voor het koninkrijk te winnen, begon ieder van hen met des te meer ernst en eerlijkheid de balans op te maken van zijn eigen ziel en haar voortgang op de geestelijke wegen van het nieuwe leven.

(1726.6) 155:2.3 Toen bleek dat er verder geen mensen van zins waren toegang tot het koninkrijk te zoeken, riep Petrus op dinsdag, 7 juni, zijn metgezellen bijeen en vertrok naar Caesarea-Filippi om zich bij Jezus en de apostelen te voegen. Zij kwamen daar op woensdag rond het middaguur aan en vertelden de hele avond lang over hun ervaringen met de ongelovige bevolking van Chorazin. In de loop van de besprekingen die avond, haalde Jezus nogmaals de gelijkenis van de zaaier aan en leerde hij hun veel over de betekenis van het ogenschijnlijk mislukken van dingen die in het leven ondernomen worden.

3. Te Caesarea-Filippi

(1727.1) 155:3.1 Hoewel Jezus gedurende dit veertiendaagse verblijf bij Caesarea-Filippi niet in het openbaar optrad, hielden de apostelen talrijke onopvallende bijeenkomsten in de stad, en vele gelovigen kwamen naar het kamp buiten de stad om met de Meester te spreken. Slechts zeer weinigen sloten zich ten gevolge van dit bezoek aan bij de bestaande groep gelovigen. Jezus sprak elke dag met de apostelen, en dezen zagen steeds duidelijker in dat er nu een nieuwe fase in het werk van de prediking van het koninkrijk des hemels aanving. Zij begonnen te begrijpen dat ‘het koninkrijk des hemels niet bestaat uit eten en drinken, maar uit de bewustwording van de geestelijke vreugde van de aanvaarding van het goddelijke zoonschap.’

(1727.2) 155:3.2 Door het verblijf te Caesarea-Filippi, werden de apostelen echt op de proef gesteld; het waren voor hen twee moeilijke weken om door te komen. Ze waren haast gedeprimeerd en misten de regelmatig terugkerende stimulering die van Petrus’ geestdriftige persoonlijkheid uitging. In die dagen was het waarlijk een groot, beproevend avontuur om in Jezus te geloven en uit te trekken om hem te volgen. Ofschoon zij maar enkele bekeerlingen wonnen in deze twee weken, leerden ze door hun dagelijkse gesprekken met de Meester wel veel dat hoogst nuttig voor hen was.

(1727.3) 155:3.3 De apostelen leerden dat de Joden geestelijk stilstonden en stervende waren omdat zij waar- heid tot de vaste vorm van een geloofsbelijdenis hadden gereduceerd: dat wanneer waarheid wordt geformuleerd als een grenslijn van eigengerechtige exclusiviteit, in plaats van als wegwijzer naar geestelijke leiding en vooruitgang, dergelijk onderricht zijn creatieve, levengevende kracht verliest, en uiteindelijk louter behoudend wordt en in fossiele toestand komt.

(1727.4) 155:3.4 Steeds beter leerden zij van Jezus om menselijkepersoonlijkheden te zien in het licht van hun mogelijkheden in de tijd en in de eeuwigheid. Ze leerden dat vele zielen het beste ertoe gebracht kunnen worden de onzienlijke God lief te hebben door eerst te leren hun broeders lief te hebben, die ze wel kunnen zien. In dit verband kreeg de uitspraak van de Meester over de onbaatzuchtige dienstbaarheid aan de medemens nieuwe betekenis: ‘Voorzover ge dit voor één van de minsten van mijn broeders hebt gedaan, hebt ge het voor mij gedaan.’

(1727.5) 155:3.5 Een van de belangrijke lessen tijdens dit verblijf te Caesarea had betrekking op het ontstaan van religieuze tradities, op het ernstige gevaar dat men toestaat dat er een gevoel van het sacrale verbonden raakt aan niet-sacrale dingen, gewone ideeën of alledaagse gebeurtenissen. Van een bepaalde bespreking onthielden ze het onderricht dat ware religie ’s mensen innige trouw is aan zijn diepste, zuiverste overtuigingen.

(1727.6) 155:3.6 Jezus waarschuwde zijn gelovigen dat indien hun religieuze verlangens alleen materieel waren, zij uiteindelijk van hun geloof in God beroofd zouden worden door de toenemende kennis van de natuur, die stap voor stap de vermeend bovennatuurlijke oorsprong der dingen zou verdringen. En dat indien hun religie daarentegen geestelijk was, de vooruitgang van de natuurwetenschap hun geloof in eeuwige werkelijkheden en goddelijke waarden nooit zou kunnen verstoren.

(1727.7) 155:3.7 Zij leerden dat religie, wanneer zij geheel geestelijk is gemotiveerd, het hele leven meer de moeite waard maakt, er vele hoge doelstellingen aan geeft en het de waardigheid schenkt van transcendente waarden, dat zij het leven inspireert met verheven beweegredenen en ondertussen de menselijke ziel aldoor troost en bemoedigt door een sublieme, schragende verwachting. Ware religie is bedoeld om de spanning in het bestaan te verminderen; zij maakt geloof en moed vrij voor het dagelijks leven en het onzelfzuchtig dienen. Geloof bevordert de geestelijke vitaliteit en het dragen van rechtvaardige vruchten.

(1727.8) 155:3.8 Jezus onderrichtte zijn apostelen herhaaldelijk dat geen enkele beschaving het verlies van het beste in zijn religie lang kan overleven. En hij werd nooit moede de twaalf te wijzen op het grote gevaar dat men religieuze symbolen en ceremoniën aanvaardt in plaats van reli- gieuze ervaring. Zijn gehele leven op aarde was consequent gewijd aan zijn roeping om de bevroren vormen van de godsdienst te ontdooien tot de vloeiende vrijheden van het verlichte zoonschap.

4. Op weg naar Fenicië

(1728.1) 155:4.1 Nadat zij op donderdagochtend 9 juni, bij monde van de koeriers van David uit Betsaïda bericht hadden gekregen over de voortgang van het koninkrijk, vertrok deze groep van vijfentwintig leraren van waarheid uit Caesarea-Filippi, om aan hun reis naar de kust van Fenicië te beginnen. Zij trokken via Luz om het moerassige gebied heen, naar het punt waar hun weg samenkwam met het voetpad van Magdala naar de berg Libanon, en vandaar naar de kruising met de weg naar Sidon, waar zij vrijdagmiddag aankwamen.

(1728.2) 155:4.2 Terwijl zij in de schaduw van een uitspringende rotsrand pauzeerden voor hun middagmaal, hield Jezus een van de opmerkelijkste toespraken die zijn apostelen in alle jaren die zij bij hem waren ooit hadden beluisterd. Nauwelijks waren ze gaan zitten om het brood te breken, of Simon Petrus vroeg Jezus: ‘Meester, als de Vader in de hemel alle dingen weet en als zijn geest ons ondersteunt bij het oprichten van het koninkrijk des hemels op aarde, waarom vluchten wij dan voor de dreigementen van onze vijanden? Waarom wijzen wij een confrontatie met de vijanden van de waarheid af?’ Maar voordat Jezus was begonnen de vraag van Petrus te beantwoorden, viel Tomas in met de vraag: ‘Meester, ik zou zo graag precies willen weten wat er schort aan de godsdienst van onze vijanden in Jeruzalem. Wat is nu werkelijk het verschil tussen hun religie en de onze? Waarom lopen wij zover uiteen in onze overtuiging, terwijl wij toch allen beweren dezelfde God te dienen?’ Toen Tomas uitgesproken was, zei Jezus: ‘Hoewel ik de vraag van Petrus geenszins wil negeren, omdat ik heel goed besef hoe gemakkelijk er misverstand zou kunnen ontstaan over mijn redenen om juist op dit moment een openlijk treffen met de oversten der Joden te vermijden, zal het toch voor jullie allen nuttiger blijken als ik er de voorkeur aan geef de vraag van Tomas te beantwoorden. En dat zal ik doen wanneer jullie klaar bent met je middagmaal.’

5. De verhandeling over ware religie

(1728.3) 155:5.1 Deze gedenkwaardige verhandeling over religie, samengevat in moderne bewoordingen, bracht de volgende waarheden naar voren:

(1728.4) 155:5.2 Hoewel de religies in de wereld een tweeledige oorsprong hebben – een natuurlijke oorsprong en een openbaringsoorsprong – kunnen er op ieder moment en bij alle volken drie duidelijk verschillende vormen van religieuze toewijding worden aangetroffen. En deze drie manifestaties van de religieuze impuls zijn:

(1728.5) 155:5.3 1. Primitieve religie. De halfnatuurlijke en instinctmatige impuls om mysterieuze energieën te vrezen en hogere krachten te aanbidden, voornamelijk een religie van de fysische natuur, de religie van vrees.

(1728.6) 155:5.4 2. De religie van de civilisatie. De meer ontwikkelde religieuze voorstellingen en praktijken van de zich ontwikkelende rassen – de religie van het bewustzijn – de verstandelijke theologie van het gezag van de gevestigde religieuze traditie.

(1728.7) 155:5.5 3. Ware religie – de religie van de openbaring. De openbaring van bovennatuurlijke waarden, een gedeeltelijk inzicht in eeuwige werkelijkheden, een glimp van de goedheid en schoonheid van het oneindige karakter van de Vader in de hemel – de religie van de geest zoals deze in de ervaring van de mens wordt aangetoond.

(1729.1) 155:5.6 De Meester wilde de godsdienst van de lichamelijke zintuigen en de bijgelovige angsten van de natuurmens niet kleineren, ofschoon hij het feit betreurde dat zoveel van deze primitieve vorm van godsverering was blijven bestaan in de religieuze gebruiken van de meer intelligente rassen der mensheid. Jezus maakte duidelijk dat het grote verschil tussen de religie van het bewustzijn en de religie van de geest daaruit bestaat dat de eerstgenoemde steunt op kerkelijk gezag, terwijl de laatstgenoemde geheel gegrond is op de menselijke ervaring.

(1729.2) 155:5.7 Vervolgens verduidelijkte de Meester in dit uur van onderricht de volgende waarheden:

(1729.3) 155:5.8 Totdat de mensenrassen een hoge intelligentie bereiken en vollediger geciviliseerd zijn, zullen de vele kinderlijke en bijgelovige ceremoniën die zo karakteristiek zijn voor de evolutionaire religieuze praktijken van primitieve en achtergebleven volkeren, blijven bestaan. Totdat het menselijk geslacht opklimt tot het niveau van een hogere, meer algemene erkenning van de werkelijkheden van de geestelijke ervaring, zullen grote aantallen mannen en vrouwen een persoonlijke voorkeur aan de dag blijven leggen voor de religies van autoriteit die alleen intellectuele instemming vragen, in tegenstelling tot de religie van de geest, die actieve deelname van bewustzijn en ziel inhoudt in het geloofsavontuur van de worsteling met de barre werkelijkheden van de gestaag vorderende menselijke ervaring.

(1729.4) 155:5.9 De aanvaarding van de traditionele godsdiensten van gezag biedt een gemakkelijke uitweg voor ’s mensen impuls om bevrediging te zoeken voor het verlangen van zijn geestelijke natuur. De gevestigde en gekristalliseerde religies van autoriteit verschaffen de verwarde, verontruste ziel van de mens een gemakkelijk toevluchtsoord, wanneer deze door vrees en onzekerheid wordt gekweld. Zulk een godsdienst vraagt van haar aanhangers slechts een passieve, zuiver intellectuele instemming als de prijs die betaald moet worden voor de bevrediging en zekerheid die zij geeft.

(1729.5) 155:5.10 En nog lange tijd zullen er op aarde van die beschroomde, vreesachtige en aarzelende mensen leven, die er de voorkeur aan geven om op deze wijze hun religieuze vertroosting veilig te stellen, zelfs als zij, door zo hun lot te verbinden met de religies van het gezag, de soevereiniteit van hun persoonlijkheid in gevaar brengen, de waardigheid van hun zelfrespect verlagen, en alle recht opgeven om deel te nemen aan de opwindendste en inspirerendste van alle mogelijke menselijke ervaringen: de persoonlijke zoektocht naar waarheid, de opwekkende ervaring dat men de gevaren van intellectuele ontdekkingen onder ogen kan zien, de vastbeslotenheid om de werkelijkheden van de persoonlijke religieuze ervaring te onderzoeken, de allerhoogste voldoening van de ervaring van persoonlijke triomf in het daadwerkelijke besef van de overwinning van geestelijk geloofsvertrouwen op intellectuele twijfel, zoals deze eerlijk wordt behaald in het allerhoogste avontuur van alle menselijk bestaan – de mens die God zoekt, om hemzelf en als hemzelf, en hem vindt.

(1729.6) 155:5.11 De religie van de geest betekent inspanning, worsteling, conflict, geloof, vastberadenheid, liefde, trouw en vooruitgang. De godsdienst van het bewustzijn – de theologie van het gezag – vraagt van haar formele aanhangers dergelijke inspanning slechts in geringe mate of in het geheel niet. De traditie is een veilige schuilplaats en een gemakkelijk pad voor de vreesachtige, halfslachtige zielen die instinctief de geest-worstelingen en de mentale onzekerheden mijden welke verbonden zijn aan de gedurfde, avontuurlijke reizen van het geloof op de open zee der onontdekte waarheid, op zoek naar de verdergelegen kusten der geestelijke werkelijkheden, zoals deze ontdekt kunnen worden door het gestaag vorderende menselijk bewustzijn en kunnen worden ervaren door de zich ontwikkelende menselijke ziel.

(1729.7) 155:5.12 En verder zei Jezus nog: ‘In Jeruzalem hebben de godsdienstige leiders de verschillende leerstellingen van hun traditionele leraren en van de profeten van andere tijden geformuleerd tot een vast systeem van intellectuele geloofsovertuigingen, een religie van gezag. De aantrekkingskracht van zulke godsdiensten werkt voornamelijk op het bewustzijn. En nu staan wij op het punt een dodelijk conflict aan te gaan met zo’n godsdienst, want wij zullen binnenkort beginnen met de vrijmoedige verkondiging van een nieuwe religie – een religie die geen godsdienst is in de hedendaagse betekenis van het woord, een religie die zich voornamelijk beroept op de goddelijke geest die in het bewustzijn van de mens zetelt; een religie die haar gezag zal ontlenen aan de vruchten die door haar aanvaarding worden voortgebracht en vast en zeker zullen verschijnen in de persoonlijke ervaring van allen die werkelijk en waarlijk gaan geloven in de waarheden van deze hogere geestelijke gemeenschap.’

(1730.1) 155:5.13 Wijzend naar elk van de vierentwintig en hen bij name noemend, zei Jezus: ‘En thans vraag ik jullie, wie van jullie geeft er de voorkeur aan dit gemakkelijke pad te volgen van conformiteit aan een gevestigde en verstarde godsdienst, zoals door de Farizeeën in Jeruzalem wordt verdedigd, liever dan de moeilijkheden en vervolgingen te ondergaan die gepaard gaan met de missie om de mensen een betere weg tot verlossing te verkondigen, terwijl je de voldoening bereikt dat je voor jezelf de schoonheden van de werkelijkheden ontdekt van een levende, persoonlijke ervaring met de eeuwige waarheden en allerhoogste grootsheid van het koninkrijk des hemels? Zijn jullie vreesachtig, weekhartig en op je gemak gesteld? Zijn jullie bang je toekomst in handen te geven van de God van waarheid, de God wiens zonen jullie zijn? Stellen jullie geen vertrouwen in de Vader wiens kinderen jullie zijn? Willen jullie terugkeren naar het gemakkelijke pad van de zekerheid en intellectuele onwrikbaarheid van de godsdienst van het gezag der traditie, of willen jullie je aangorden om met mij voorwaarts te gaan, de onzekere, moeilijke toekomst in van de verkondiging van de nieuwe waarheden van de religie van de geest, het koninkrijk des hemels in de harten der mensen?’

(1730.2) 155:5.14 Al zijn vierentwintig toehoorders stonden op met de bedoeling een eendrachtig en loyaal antwoord te geven op deze vraag, een van de weinige malen dat Jezus ooit zo’n emotioneel beroep op hen had gedaan, maar hij hief zijn hand op en hield hen tegen met de woorden: ‘Ga nu allen je eigen weg, iedereen alleen met de Vader, en vind daar het niet-emotionele antwoord op mijn vraag, en als je zulk een ware, oprechte zielehouding hebt gevonden, zeg dat antwoord dan vrijelijk en stoutmoedig aan mijn Vader en jullie Vader, wiens oneindige leven van liefde de geest zelf is van de religie die wij verkondigen.’

(1730.3) 155:5.15 De evangelisten en de apostelen zonderden zich korte tijd af. Hun geest was gesticht, hun bewustzijn was geïnspireerd, en hun emoties waren enorm aangewakkerd door wat Jezus had gezegd. Maar toen Andreas hen weer bijeenriep, zei de Meester slechts: ‘Laten we onze reis voortzetten. Wij gaan Fenicië in om daar een tijdje te blijven, en jullie moeten allen de Vader bidden om jullie emoties van bewustzijn en lichaam te transformeren tot de hogere loyaliteiten van het bewustzijn en de meer bevredigende ervaringen van de geest.’

(1730.4) 155:5.16 Toen zij hun weg vervolgden, waren de vierentwintig eerst stil, maar al spoedig begonnen zij onderling te praten, en tegen drie uur die middag konden ze niet verder: ze bleven stilstaan terwijl Petrus naar Jezus ging en zei: ‘Meester, ge hebt woorden van leven en waarheid tot ons gesproken. Wij zouden graag meer willen horen; wij smeken u ons meer over deze zaken te willen zeggen.’

6. De tweede verhandeling over religie

(1730.5) 155:6.1 Terwijl zij pauzeerden in de schaduw van de heuvel, ging Jezus voort hen te onderrichten met betrekking tot de religie van de geest, waarbij hij in hoofdzaak het volgende zei:

(1730.6) 155:6.2 Jullie zijn naar voortgekomen uit diegenen onder jullie medemensen die liever tevreden blijven met een religie van het bewustzijn, die hunkeren naar veiligheid en gelijkvormigheid. Jullie hebt verkozen je gevoelens van zekerheid, die op autoritaire principes berusten, in te ruilen voor de verzekerdheden van de geest van het avontuurlijke, progressieve geloof. Jullie hebt de moed gehad om te protesteren tegen de afmattende knechtschap van de institutionele godsdienst, en om het gezag te verwerpen van de geschreven tradities die nu als het woord van God worden beschouwd. Onze Vader heeft inderdaad gesproken door Mozes, Elia, Jesaja, Amos en Hosea, maar hij is niet opgehouden woorden van waarheid aan de wereld te schenken toen deze oude profeten ophielden te spreken. Mijn Vader kent geen aanzien van rassen of generaties, in de zin dat het woord van waarheid gegund zou worden aan één tijdperk en aan het volgende zou worden onthouden. Wees niet zo dwaas dat je datgene goddelijk noemt wat geheel menselijk is, en let vooral op de woorden van waarheid die niet via de traditionele godsspraak van de vermeende inspiratie worden gesproken.

(1731.1) 155:6.3 Ik heb jullie geroepen om opnieuw te worden geboren, om uit de geest te worden geboren. Ik heb jullie uit de duisternis van het gezag en de traagheid van de traditie geroepen in het transcendente licht van het besef van de mogelijkheid om voor jezelf de grootste ontdekking te doen die de mensenziel kan doen – de verheven ervaring van het vinden van God voor jezelf, in jezelf en van jezelf, en dat je dit alles doet als een feit in je eigen persoonlijke ervaring. Mogen jullie dus overgaan van de dood naar het leven, van de autoriteit van de traditie naar de ervaring God te kennen; aldus zul je vanuit het duister overgaan naar het licht, van een overgeërfd geloof van het ras naar een persoonlijk geloof dat verworven is door daadwerkelijke ervaring; hierdoor zullen jullie van een theologie van het bewustzijn, die jullie door je voorvaderen is overgeleverd, voortgaan naar een ware religie van de geest, die in je zal worden opgebouwd als een eeuwige schenking.

(1731.2) 155:6.4 Jullie religie zal van het louter intellectuele geloof in het gezag van de traditie, veranderen in de daadwerkelijke ervaring van dat levende geloof dat de werkelijkheid kan vatten van God en van alles wat in verband staat met de goddelijke geest van de Vader. De religie van het bewustzijn bindt je hopeloos aan het verleden: de religie van de geest bestaat in steeds voortschrijdende openbaring en wenkt je steeds verder om hogere, heiliger geestelijke idealen en eeuwige werkelijkheden te bereiken.

(1731.3) 155:6.5 Hoewel de autoritaire religie voor het moment een vast gevoel van veiligheid en zekerheid kan geven, betaal je voor zulk een vluchtige voldoening de prijs van het verlies van je geestelijke onafhankelijkheid en religieuze vrijheid. Mijn Vader vraagt als prijs voor het binnengaan van het koninkrijk des hemels niet dat je jezelf dwingt een geloof te onderschrijven in dingen die geestelijk weerzinwekkend, onheilig en onwaarachtig zijn. Er wordt niet van je gevraagd je eigen gevoel van barmhartigheid, rechtvaardigheid en waarheid geweld aan te doen door je te onderwerpen aan een versleten systeem van religieuze vormen en ceremoniën. De religie van de geest laat je voor altijd vrij om de waarheid te volgen, waar de aanwijzingen van de geest je ook heen mogen leiden. En wie kan het beoordelen – misschien heeft deze geest iets mede te delen aan deze generatie wat andere generaties hebben geweigerd te horen?

(1731.4) 155:6.6 Het is een schande dat valse religieuze leraren hongerige zielen willen terugslepen naar het vage, verre verleden en ze daar willen laten! Deze onfortuinlijken zijn dan ook gedoemd te schrikken van iedere nieuwe ontdekking, terwijl ze verward raken door iedere nieuwe openbaring van waarheid. De profeet die zei: ‘Hij zal in volmaakte vrede verblijven wiens denken op God steunt,’ was niet een louter intellectuele gelovige in autoritaire religie. Deze waarheidkennende mens had God ontdekt: hij was niet alleen maar aan het praten over God.

(1731.5) 155:6.7 Ik maan jullie de gewoonte op te geven om altijd de oude profeten aan te halen en de helden van Israel te prijzen, en in plaats daarvan ernaar te streven levende profeten van de Hoogste te worden en geestelijke helden van het komende koninkrijk. Het eren van de Godkennende leiders uit het verleden kan inderdaad nuttig zijn, maar waarom zou je, terwijl je dit doet, de allerhoogste ervaring van het menselijk bestaan opofferen: zelf God te vinden en hem te kennen in je eigen ziel?

(1732.1) 155:6.8 Ieder ras van de mensheid heeft zijn eigen mentale visie op het menselijk bestaan; derhalve moet de verstandelijke religie altijd paralel lopen aan deze verschillende gezichtspunten der volkeren. De autoritaire godsdiensten zullen nooit tot unificatie komen. De eenheid der mensen en de broederschap der stervelingen kunnen slechts worden bereikt door en via de hogere schenking van de religie van de geest. Het denken der volkeren moge verschillen, doch de gehele mensheid ondervindt de inwoning van dezelfde goddelijke en eeuwige geest. De hoop op menselijke broederschap kan slechts worden verwerkelijkt wanneer en doordat de uiteenlopende autoritaire godsdiensten van het verstand bevrucht en overschaduwd worden door de unificerende en veredelende religie van de geest – de religie van de persoonlijke geestelijke ervaring.

(1732.2) 155:6.9 De religies van het gezag kunnen alleen scheiding tussen de mensen teweegbrengen en hen in gewetensconflict tegenover elkaar opstellen; de religie van de geest zal de mensen steeds meer tot elkaar brengen en hen in begrip en sympathie met elkaar doen omgaan. De autoritaire godsdiensten eisen van de mensen uniformiteit van geloof, maar in de huidige staat van de wereld kan dit onmogelijk worden bereikt. De religie van de geest vraagt slechts eenheid van ervaring – uniformiteit van bestemming – waarbij volledig rekening wordt gehouden met de verscheidenheid van overtuiging. De religie van de geest vraagt slechts uniformiteit van inzicht, geen uniformiteit van standpunt en zienswijze. De religie van de geest vraagt geen uniformiteit van intellectuele gezichtspunten, alleen eenheid van geest-gevoelen. De autoritaire godsdiensten kristalliseren tot levenloze geloofsbelijdenissen; de religie van de geest groeit uit tot de toenemende vreugde en vrijheid van veredelende daden van liefdevol dienstbetoon en barmhartige bijstand.

(1732.3) 155:6.10 Doch nemen jullie je in acht dat geen van jullie met minachting neerziet op de kinderen Abrahams omdat hun deze boze tijden zijn overkomen van traditionele onvruchtbaarheid. Onze voorvaderen hebben zich volhardend en hartstochtelijk gewijd aan het zoeken naar God en zij hebben hem gevonden zoals geen ander volk in zijn geheel hem ooit gekend heeft sedert de dagen van Adam, die veel hiervan wist omdat hij zelf een Zoon van God was. Mijn Vader heeft veel aandacht gegeven aan de lange, onvermoeibare worsteling van Israel sinds de dagen van Mozes om God te vinden en om God te kennen. Generaties lang hebben vermoeide Joden gezwoegd, gebloed, gezucht en geworsteld, en het lijden en de bittere ervaringen moeten verduren van een onbegrepen, veracht volk, en dit alles om iets dichter bij de ontdekking te komen van de waarheid aangaande God. En niettegenstaande alle tekortkomingen en struikelingen van Israel, hebben onze vaderen van Mozes tot aan de dagen van Amos en Hosea inderdaad in toenemende mate een steeds duidelijker en waarheidsgetrouwer beeld van de eeuwige God geopenbaard aan de hele wereld. En zo werd de weg bereid voor de nog grotere openbaring van de Vader waarin jullie geroepen bent deel te hebben.

(1732.4) 155:6.11 Vergeet nooit dat er slechts één avontuur is dat meer voldoening schenkt en nog aangrijpender is dan de poging om de wil van de levende God te ontdekken, en dat is de allerhoogste ervaring om eerlijk te trachten die goddelijke wil te doen. Vergeet ook niet dat de wil van God in iedere aardse bezigheid gedaan kan worden. Sommige beroepen zijn niet heilig en andere zijn werelds. Alle zaken zijn heilig in het leven van hen die door de geest worden geleid: dat wil zeggen, ondergeschikt gemaakt aan waarheid, geadeld door liefde, beheerst door barmhartigheid, en door billijkheid – gerechtigheid – beteugeld. De geest die mijn Vader en ik in de wereld zullen zenden is niet alleen de Geest van Waarheid, maar ook de geest van idealistische schoonheid.

(1732.5) 155:6.12 Jullie moet ermee ophouden het woord van God uitsluitend te zoeken op de bladzijden van de oude geschriften die theologisch gezag hebben. Zij die uit de geest Gods zijn geboren, zullen voortaan het woord van God onderscheiden waar het ook vandaan lijkt te zijn gekomen. Goddelijke waarheid moet niet buiten beschouwing worden gelaten omdat het kanaal waardoor zij wordt geschonken ogenschijnlijk menselijk is. Velen van jullie broeders hebben een verstand dat de theorie van God aanvaardt, terwijl zij geestelijk de tegenwoordigheid van God niet beseffen. Dit nu is precies de reden waarom ik jullie zo dikwijls heb geleerd dat het koninkrijk des hemels het beste kan worden beseft door je de geestelijke instelling van een oprecht kind eigen te maken. Het is niet de mentale onrijpheid van het kind die ik jullie aanbeveel, maar veeleer de geestelijke eenvoud van zo’n kleintje, dat gemakkelijk gelooft en vol vertrouwen is. Het is niet zozeer van belang dat jullie weten van het feit van het bestaan van God, als wel dat je steeds meer groeit in het vermogen om de tegenwoordigheid van God te voelen.

(1733.1) 155:6.13 Wanneer je God eenmaal in je eigen ziel begint te vinden, zul je hem ook spoedig beginnen te ontdekken in de ziel van andere mensen en uiteindelijk in alle schepselen en scheppingen van een machtig universum. Doch hoeveel kans heeft de Vader om als een God van allerhoogste trouw en goddelijke idealen te verschijnen in de ziel van mensen die weinig of geen tijd geven aan de bedachtzame beschouwing van deze eeuwige werkelijkheden? Hoewel het bewustzijn niet de zetel is van de geestelijke natuur, is het welzeker de poort daartoe.

(1733.2) 155:6.14 Maar maak niet de fout te proberen andere mensen te bewijzen dat je God hebt gevonden: je kunt zulk geldig bewijs niet bewust leveren, al zijn er wel twee postieve, krachtige bewijzen van het feit dat je God kent, namelijk:

(1733.3) 155:6.15 1. de vruchten van de geest die in je gewone dagelijkse leven aan de dag treden;

(1733.4) 155:6.16 2. het feit dat de gehele opzet van je leven een positief bewijs is dat je onvoorwaardelijk alles wat je bent en hebt, op het spel hebt gezet van het avontuur van de overleving na de dood, in de verwachting dat je de God der eeuwigheid zult vinden, van wiens tegenwoordigheid je in de tijd reeds een voorsmaak hebt gehad.

(1733.5) 155:6.17 Begrijp mij echter niet verkeerd, mijn Vader zal altijd reageren zelfs op het zwakste sprankje geloof. Hij geeft aandacht aan de lichamelijke, bijgelovige emoties van de primitieve mens. En bij die eerlijke maar vreesachtige zielen wier geloof zo zwak is, dat het weinig meer betekent dan een intellectuele aanpassing aan een passieve instelling van instemming met religies van gezag, is de Vader er immer op bedacht om zelfs al deze zwakke pogingen om naar hem te reiken, te respecteren en aan te moedigen. Doch van jullie, die uit de duisternis in het licht geroepen bent, wordt verwacht dat je van ganser harte gelooft: jullie geloof moet de gecombineerde instellingen van je lichaam, bewustzijn en geest domineren.

(1733.6) 155:6.18 Jullie zijn mijn apostelen, en voor jullie zal religie niet een theologische schuilplaats worden waar je kunt vluchten voor de angst om de veeleisende werkelijkheden van geestelijke vooruitgang en idealistisch avontuur onder ogen te moeten zien. Jullie religie zal veeleer het feit van werkelijke ervaring worden, dat getuigt dat God jullie heeft gevonden, jullie heeft geïdealiseerd, veredeld en vergeestelijkt, en dat jullie je hebt ingezet voor het eeuwige avontuur van het vinden van de God die jullie aldus heeft gevonden en jullie het zoonschap heeft gegeven.

(1733.7) 155:6.19 Toen Jezus uitgesproken was, wenkte hij Andreas en zei, terwijl hij naar het westen wees, in de richting van Fenicië: ‘Laten we verder gaan.’


Información de fondo

AfdrukkenAfdrukken

Urantia Foundation, 533 W. Diversey Parkway, Chicago, IL 60614, USA
Telefoon: +1-773-525-3319
© Urantia Foundation. Alle rechten voorbehouden