Verhandeling 93 - Machiventa Melchizedek

   
   Red Jesus Text: Aan | Uit    Paragraaf Nummers: Aan | Uit
AfdrukkenAfdrukkenSend by emailSend by email

Het Urantia Boek

Verhandeling 93

Machiventa Melchizedek

(1014.1) 93:0.1 DE Melchizedeks staan wijd en zijd bekend als Zonen die in noodsituaties optreden, want zij houden zich bezig met een verbazingwekkend scala van activiteiten op de werelden van een plaatselijk universum. Wanneer er zich een uitzonderlijk probleem voordoet, of wanneer er een poging tot iets ongebruikelijks moet worden ondernomen, is het heel dikwijls een Melchizedek die de opdracht op zich neemt. Het vermogen van de Melchizedek-Zonen om taken te vervullen in noodsituaties en op zeer uiteenlopende niveaus van het universum, zelfs op het fysieke niveau van persoonlijkheidsmanifestatie, is eigen aan hun orde. Alleen de Levendragers zijn ook enigermate in staat om hun persoonlijkheid in zulk een scala van gedaanten te laten functioneren.

(1014.2) 93:0.2 De Melchizedek-orde van universum-zonen is buitengewoon actief geweest op Urantia. Een korps van twaalf deed reeds dienst in combinatie met de Levendragers. Een later korps van twaalf werd curatoren van uw wereld kort na de afscheiding van Caligastia en behield het gezag tot de tijd van Adam en Eva. Deze twaalf Melchizedeks keerden na het in gebreke blijven van Adam en Eva terug op Urantia en bleven daarna curatoren van de planeet tot de dag dat Jezus van Nazaret, als de Zoon des Mensen, de titulaire Planetaire Vorst van Urantia werd.

(1014.3) 93:1.1 De geopenbaarde waarheid dreigde uit te doven gedurende de millennia na de mislukking van de zending van Adam op Urantia. Hoewel de menselijke rassen verstandelijk vorderingen maakten, gingen zij op geestelijk gebied langzaam achteruit. Omstreek 3000 v. Chr. was het beeld van God zeer wazig geworden in het denken van de mensen.

(1014.4) 93:1.2 De twaalf Melchizedek-curatoren wisten dat de zelfschenking van Michael op hun planeet op handen was, maar niet hoe spoedig deze zou plaatsvinden. Daarom kwamen zij in plechtig beraad bijeen en richtten een verzoek tot de Meest Verhevenen van Edentia, om een voorziening te treffen waardoor het licht der waarheid op Urantia zou blijven schijnen. Dit verzoek werd afgewezen op grond van het mandaat dat ‘het bestuur van de zaken van 606 van Satania volledig in handen is van de Melchizedek-voogden.’ De curatoren vroegen toen de Vader Melchizedek om hulp, doch kregen alleen te horen dat zij moesten voortgaan de waarheid in stand te houden op de wijze die zij zelf verkozen, ‘tot de komst van een zelfschenking-Zoon,’ die ‘de eigendomsrechten van de planeet uit de staat van verbeurdverklaring en onzekerheid zou redden.’

(1014.5) 93:1.3 Naar aanleiding van het feit nu dat zij zo volkomen waren teruggeworpen op hun eigen middelen, bood Machiventa Melchizedek, een van de twaalf curatoren, aan om iets te doen wat maar zes maal in de hele geschiedenis van Nebadon was gebeurd: om zich tijdelijk te personaliseren op aarde als een mens van het gebied, om zichzelf te schenken als Zoon die in een noodsituatie een wereld komt dienen. De autoriteiten van Salvington verleenden toestemming voor dit avontuur, en de daadwerkelijke incarnatie van Machiventa Melchizedek voltrok zich in de nabijheid van wat de stad Salem zou worden, in Palestina. De gehele transactie van de materialisatie van deze Melchizedek-Zoon werd door de curatoren van de planeet volvoerd in samenwerking met de Levendragers, zekere Meester-Fysische Controleurs en andere hemelse persoonlijkheden die op Urantia verblijfhielden.

(1015.1) 93:2.1 Het was 1973 jaar voor de geboorte van Jezus dat Machiventa aan de volkeren der mensen van Urantia werd geschonken. Zijn komst was niet spectaculair, geen mensenoog was getuige van zijn materialisatie. Hij werd voor het eerst door een sterveling gezien op de gedenkwaardige dag toen hij de tent binnenging van Amdon, een Chaldeeuwse herder van Sumerische afkomst. De openbare aankondiging van zijn zending was vervat in de eenvoudige verklaring die hij aan deze herder aflegde: ‘Ik ben Melchizedek, priester van El Elyon, de Meest Verhevene, de ene en enige God.’

(1015.2) 93:2.2 Toen de herder van zijn verbazing was bekomen en deze vreemdeling met vele vragen had bestookt, vroeg hij Melchizedek om het avondmaal met hem te gebruiken. Dit was de eerste maal in zijn lange loopbaan in het universum dat Machiventa materieel voedsel tot zich nam, de voeding die hem alle vierennegentig jaar van zijn leven als materieel wezen in stand zou houden.

(1015.3) 93:2.3 En in die nacht, terwijl zij uitvoerig met elkaar spraken onder de sterrenhemel, begon Melchizedek zijn zending, de openbaring van de waarheid van de werkelijkheid van God, toen hij zich met een wijde beweging van zijn arm tot Amdon keerde en zei: ‘El Elyon, de Allerhoogste, is de goddelijke schepper van de sterren aan het firmament en zelfs van deze aarde waarop wij leven, en hij is ook de allerhoogste God in de hemel.’

(1015.4) 93:2.4 Binnen enkele jaren had Melchizedek een groep leerlingen, discipelen en gelovigen om zich heen verzameld die de kern vormden van de latere gemeenschap van Salem. Reeds spoedig stond hij in geheel Palestina bekend als de priester van El Elyon, de Allerhoogste, en als de wijze van Salem. Sommige omwonende stammen spraken vaak over hem als de sheik, of koning, van Salem. Salem was de plaats die na het verdwijnen van Melchizedek de stad Jebus werd, en nadien Jerusalem werd genaamd.

(1015.5) 93:2.5 In zijn persoonlijk uiterlijk geleek Melchizedek op de toen gemengde volken der Nodieten en Sumeriërs, hij was bijna 1.80 meter lang en een imponerende verschijning. Hij sprak Chaldeeuws en een half dozijn andere talen. Hij kleedde zich bijna geheel zoals de Kanaänitische priesters, behalve dat hij op zijn borst een embleem droeg van drie concentrische cirkels, het Satania-symbool van de Paradijs-Triniteit. In de loop van zijn dienstbetoon gingen zijn volgelingen dit kenteken van de drie concentrische cirkels als dermate heilig beschouwen, dat zij het nooit durfden te gebruiken, en toen er een paar generaties voorbij waren, werd het alras vergeten.

(1015.6) 93:2.6 Hoewel Machiventa leefde op de manier van de mannen uit dat gebied, trouwde hij niet en zou hij geen nageslacht op aarde hebben kunnen achterlaten. Terwijl zijn fysieke lichaam leek op dat van een man van het geslacht der mensen, kwam het in werkelijkheid overeen met de speciaal geconstrueerde lichamen die gebruikt werden door de honderd gematerialiseerde leden van de staf van Vorst Caligastia, behalve dat het geen levensplasma bevatte van enig menselijk ras. Ook was de boom des levens niet meer beschikbaar op Urantia. Indien Machiventa gedurende een lange periode op aarde zou zijn gebleven, zou zijn fysieke mechanisme geleidelijk achteruit zijn gegaan. Hij sloot zijn zelfschenkingsmissie evenwel binnen vierennegentig jaar af, lang voordat zijn materiële lichaam begon te desintegreren.

(1016.1) 93:2.7 Deze geïncarneerde Melchizedek ontving een Gedachtenrichter die in zijn bovenmenselijke persoonlijkheid woonde als mentor in de tijd en leidsman van het vlees, zodat deze geest van de Vader ervaring kreeg met, en praktisch werd ingeleid in, de problemen van Urantia en de techniek van het wonen in een geïncarneerde zoon; op deze wijze werd het hem mogelijk gemaakt om zeer dapper te dienen in het menselijke bewustzijn van de latere Zoon van God, Michael, toen deze op aarde verscheen in de gelijkenis van het sterfelijk vlees. En dit is de enige Gedachtenrichter die ooit dienst heeft gedaan in het bewustzijn van twee verschillende personen op Urantia, maar beide keren was dit bewustzijn zowel goddelijk als menselijk.

(1016.2) 93:2.8 Gedurende de incarnatie in het vlees stond Machiventa volledig in contact met zijn elf metgezellen uit het korps der planetaire curatoren, maar hij kon niet communiceren met hemelse persoonlijkheden van andere orden. Afgezien van de Melchizedek-curatoren, had hij niet meer contact met bovenmenselijke verstandelijke wezens dan een mens.

(1016.3) 93:3.1 Toen er een tiental jaren verstreken was, richtte Melchizedek in Salem zijn scholen op, waarbij hij het patroon volgde van het oude systeem dat door de eerste Setitische priesters uit het tweede Eden was ontwikkeld. Zelfs het idee van een stelsel van tienden, dat door zijn latere bekeerling Abraham werd ingevoerd, stamde nog af van wat er was overgebleven aan overleveringen omtrent de methoden van de oude Setieten.

(1016.4) 93:3.2 Melchizedek onderrichtte het denkbeeld van één God, een universele Godheid, maar hij stond de mensen toe om deze lering in verband te brengen met de Constellatie-Vader van Norlatiadek, die hij El Elyon noemde – de Meest Verhevene. Melchizedek sprak bijna helemaal niet over de status van Lucifer en de stand van zaken op Jerusem. Lanaforge, de Soeverein van het Stelsel, had weinig met Urantia te maken tot na de voltooiing van de zelfschenking van Michael. In het denken van de meeste studenten in Salem was Edentia de hemel en de Allerhoogste, God.

(1016.5) 93:3.3 De drie concentrische cirkels, het embleem dat Melchizedek had gekozen voor zijn zelfschenking, werd door de meeste mensen opgevat als een symbool van de drie koninkrijken der mensen, der engelen en van God. En deze overtuiging werd hun gelaten; zeer weinigen van zijn volgelingen hebben ooit geweten dat deze drie cirkels het zinnebeeld waren van de oneindigheid, de eeuwigheid en de universaliteit van de Paradijs-Triniteit die op goddelijke wijze instandhoudt en bestuurt. Zelfs Abraham beschouwde de drie cirkels veeleer als een symbool van de drie Meest Verhevenen van Edentia, aangezien hem was medegedeeld dat de drie Meest Verhevenen als één functioneerden. Voorzover Melchizedek onderricht gaf over het denkbeeld van de Triniteit dat in zijn embleem werd gesymboliseerd, bracht hij het gewoonlijk in verband met de drie Vorondadek-vorsten van de constellatie Norlatiadek.

(1016.6) 93:3.4 Hij deed geen moeite om aan het gewone volk onder zijn volgelingen onderricht te geven dat verder ging dan het feit zij onder de heerschappij stonden van de Meest Verhevenen van Edentia – de Goden van Urantia. Maar aan sommigen onderrichtte hij meer gevorderde waarheid, die ook de leiding en de organisatie van het plaatselijk universum omvatte, terwijl hij aan zijn briljante discipel Nordan, de Keniet, en diens groep serieuze leerlingen de waarheden onderwees van het superuniversum en zelfs van Havona.

(1016.7) 93:3.5 De leden van de familie van Katro, bij wie Melchizedek meer dan dertig jaar woonde, kenden veel van deze hogere waarheden en hielden ze in hun familie lang in ere, tot aan de dagen van hun illustere afstammeling Mozes; op deze manier kreeg deze de meeslepende overleveringen over de dagen van Melchizedek te horen zowel van vaderszijde, als via andere bronnen, van de zijde van zijn moeder.

(1016.8) 93:3.6 Melchizedek leerde zijn volgelingen alles wat zij konden opnemen en verwerken. Zelfs vele moderne religieuze ideeën over de hemel en de aarde, omtrent de mens, God en de engelen staan niet ver af van deze onderrichtingen van Melchizedek. Maar deze grote leraar maakte alles ondergeschikt aan de leer van één God, een universum-Godheid, een hemelse Schepper, een goddelijke Vader. Hij legde nadruk op dit onderricht met de bedoeling een beroep te doen op ’s mensen adoratie en om de weg te bereiden voor de latere verschijning van Michael als de Zoon van deze zelfde Universele Vader.

(1017.1) 93:3.7 Melchizedek onderrichtte dat er in de toekomst nog een Zoon van God zou komen, in het vlees, zoals hijzelf, maar dat deze uit een vrouw geboren zou worden. Dit is de reden waarom talrijke latere leraren van mening waren dat Jezus een priester of voorganger was, ‘eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.’

(1017.2) 93:3.8 En zo bereidde Melchizedek de weg en het toneel voor, en zorgde hij dat de wereld tot het monotheïsme neigde toen de zelfschenking plaatsvond van een werkelijke Paradijs-Zoon van de ene God die hij zo levendig schilderde als de Vader van allen en die hij Abraham voorhield als een God die de mens wilde aanvaarden op de eenvoudige voorwaarden van een persoonlijk geloof. En toen Michael op aarde verscheen, bevestigde hij alles wat Melchizedek had onderricht omtrent de Paradijs-Vader.

(1017.3) 93:4.1 De religieuze riten van Salem waren zeer eenvoudig. Iedereen die de kleitabletten van de registers van de kerk van Melchizedek tekende of merkte, onderschreef het volgende geloof en leerde het van buiten:

(1017.4) 93:4.2 1. Ik geloof in El Elyon, de Allerhoogste God, de enige Universele Vader en Schepper van alle dingen.

(1017.5) 93:4.3 2. Ik aanvaard het verbond van Melchizedek met de Allerhoogste, waardoor ik Gods gunst verwerf door mijn geloof, en niet door offeranden en brandoffers.

(1017.6) 93:4.4 3. Ik beloof de zeven geboden van Melchizedek te gehoorzamen en het goede nieuws van dit verbond met de Allerhoogste aan alle mensen te brengen.

(1017.7) 93:4.5 En dit was de gehele geloofsbelijdenis van de kolonie in Salem. Maar zelfs zo’n korte, eenvoudige geloofsverklaring was de mensen van die dagen nog te veel en te geavanceerd. Zij konden eenvoudig het idee niet bevatten dat ze Gods gunst voor niets – door geloof – konden ontvangen. Het geloof dat de mens bij zijn geboorte al in het krijt stond bij de goden was te diep bij hen gevestigd. Zij hadden te lang en te ernstig offers gebracht en schenkingen gedaan aan de priesters dan dat zij in staat waren het goede nieuws te vatten dat redding, de gunst van God, vrijelijk geschonken werd aan allen die wilden geloven in het verbond van Melchizedek. Maar Abraham geloofde het, zij het weifelend, en zelfs dat werd ‘als rechtvaardigheid geteld.’

(1017.8) 93:4.6 De zeven geboden die Melchizedek had afgekondigd, waren opgesteld volgens het patroon van de oude hoogste wet van Dalamatia en leken zeer veel op de zeven geboden die in het eerste en tweede Eden werden onderricht. Deze geboden van de religie van Salem waren:

(1017.9) 93:4.7 1. Ge zult geen God dienen dan de Allerhoogste Schepper van hemel en aarde.

(1017.10) 93:4.8 2. Ge zult niet betwijfelen dat geloof het enige vereiste is om eeuwig behouden te worden.

(1017.11) 93:4.9 3. Ge zult geen vals getuigenis afleggen.

(1017.12) 93:4.10 4. Ge zult niet doden.

(1017.13) 93:4.11 5. Ge zult niet stelen.

(1018.1) 93:4.12 6. Ge zult geen overspel plegen.

(1018.2) 93:4.13 7. Ge zult geen gebrek aan respect tonen jegens uw ouders en oudsten.

(1018.3) 93:4.14 Hoewel er binnen de kolonie geen offeranden waren toegestaan, wist Melchizedek zeer goed hoe moeilijk het is om reeds lang ingeburgerde gewoonten uit te roeien; daarom had hij deze mensen wijselijk een sacrament van brood en wijn aangeboden ter vervanging van het oudere offer van vlees en bloed. Er staat geschreven: ‘Melchizedek, koning van Salem, bracht brood en wijn voort.’ Maar zelfs deze voorzichtige vernieuwing slaagde niet geheel; de verschillende stammen hielden aan de rand van Salem ieder een hulpcentrum in stand, waar zij offeranden en brandoffers brachten. Zelfs Abraham nam zijn toevlucht tot deze barbaarse praktijk na zijn overwinning op Chedorlaomer; hij voelde zich eenvoudig niet helemaal op zijn gemak totdat hij een conventioneel offer had gebracht. En Melchizedek is er nooit in geslaagd deze neiging tot offeren uit te roeien uit de religieuze gebruiken van zijn volgelingen, zelfs niet bij Abraham.

(1018.4) 93:4.15 Net als Jezus hield Melchizedek zich strikt aan de vervulling van de zending van zijn zelfschenking. Hij deed geen pogingen om de zeden te hervormen, de gewoonten van de wereld te veranderen, of om zelfs maar geavanceerde hygiënische praktijken of wetenschappelijke waarheden te verspreiden. Hij kwam om twee taken te volbrengen: om de waarheid van de ene God op aarde levend te houden en om de weg te bereiden voor de zelfschenking als sterveling van een Paradijs-Zoon van die Universele Vader, welke na hem zou komen.

(1018.5) 93:4.16 Melchizedek onderrichtte vier en negentig jaar lang elementaire geopenbaarde waarheid in Salem, en gedurende deze tijd volgde Abraham in drie verschillende perioden het onderwijs in de school van Salem. Ten slotte bekeerde hij zich tot de leer van Salem en werd een van de briljantste leerlingen en belangrijkste aanhangers van Melchizedek.

(1018.6) 93:5.1 Hoewel het een vergissing kan zijn om te spreken van ‘uitverkoren mensen,’ is het niet fout om Abraham aan te duiden als een gekozen individu. Melchizedek legde Abraham inderdaad de verantwoordelijkheid op om de waarheid levend te houden van één God, tegenover het heersende geloof in meerdere godheden.

(1018.7) 93:5.2 De keuze van Palestina als de plaats waar Machiventa actief zou zijn, was ten dele gebaseerd op het verlangen om contact tot stand te brengen met een menselijke familie met leiderscapaciteiten. Ten tijde van de incarnatie van Melchizedek waren er vele families op aarde die evenzeer bereid waren om de leer van Salem te ontvangen als die van Abraham. Er waren families met dezelfde gaven onder de rode mensen, de gele mensen en de afstammelingen van de Andieten in het westen en het noorden. Maar nogmaals, geen van deze gewesten was zo gunstig gelegen voor Michaels latere verschijning op aarde als de oostelijke kust van de Middellandse Zee. De zending van Melchizedek in Palestina en de daaropvolgende verschijning van Michael onder het Hebreeuwse volk werden in niet geringe mate bepaald door de geografie, door het feit dat Palestina centraal was gelegen met betrekking tot de bestaande handel, het verkeer en de civilisatie van de wereld.

(1018.8) 93:5.3 De Melchizedek-curatoren hadden de voorouders van Abraham enige tijd geobserveerd, en zij hadden het vertrouwen dat er in een bepaalde generatie nageslacht geboren zou worden dat zich zou kenmerken door intelligentie, initiatief, schranderheid en oprechtheid. De kinderen van Terach, de vader van Abraham, beantwoordden in alle opzichten aan deze verwachtingen. De mogelijkheid nu om in contact te treden met deze veelzijdige kinderen van Terach droeg er in aanzienlijke mate toe bij dat Machiventa in Salem verscheen, en niet in Egypte, China, India of bij de noordelijke stammen.

(1019.1) 93:5.4 Terach en zijn hele familie waren weifelende bekeerlingen van de godsdienst van Salem die in Chaldea gepredikt was; zij hoorden over Melchizedek door de prediking van Ovid, een Fenicische leraar die de leer van Salem verkondigde in Ur. Zij gingen uit Ur weg met de bedoeling om rechtstreeks door te gaan naar Salem, maar Nahor, de broer van Abraham, voelde er niet veel voor omdat hij Melchizedek niet gezien had, en overreedde hen om in Haran te blijven. En pas lang nadat zij in Palestina waren aangekomen waren zij bereid om alle huisgoden te vernietigen die ze hadden meegebracht; ze gaven de vele goden van Mesopotamië maar langzaam op voor de ene God van Salem.

(1019.2) 93:5.5 Enige weken na de dood van Abrahams vader Terach, stuurde Melchizedek een van zijn leerlingen, Jaram de Hittiet, met de volgende uitnodiging aan Abraham en Nahor beiden: ‘Komt naar Salem, waar ge onze onderrichtingen zult horen aangaande de waarheid van de eeuwige Schepper, en in het verlichte nageslacht van u, tweeën, broeders, zal de gehele wereld gezegend worden.’ Nu had Nahor het evangelie van Melchizedek niet geheel en al aangenomen. Hij bleef achter en bouwde een sterke stadstaat die zijn naam droeg, maar Lot, de neef van Abraham, besloot om met zijn oom naar Salem te gaan.

(1019.3) 93:5.6 Bij hun aankomst in Salem kozen Abraham en Lot een heuvelachtige versterking in de nabijheid van de stad, waar zij zich konden verdedigen tegen de vele verrassingsaanvallen van overvallers uit het noorden. In deze tijd overvielen de Hittieten, de Assyriërs, de Filistijnen en andere groepen voortdurend de stammen in centraal en zuidelijk Palestina. Vanuit hun vesting in de heuvels maakten Abraham en Lot dikwijls pelgrimages naar Salem.

(1019.4) 93:5.7 Niet lang nadat zij zich in de buurt van Salem gevestigd hadden, reisden Abraham en Lot naar de Nijlvallei om voedselvoorraden op te slaan, aangezien er in die tijd in Palestina droogte heerste. Gedurende zijn korte verblijf in Egypte trof Abraham een verre bloedverwant aan op de Egyptische troon, en voor deze koning leidde hij twee zeer geslaagde militaire expedities. Gedurende het laatste deel van dit verblijf aan de Nijl woonden hij en zijn vrouw Sara aan het hof, en bij zijn vertrek uit Egypte kreeg hij een deel van de buit van zijn militaire campagnes ten geschenke.

(1019.5) 93:5.8 Er werd van Abraham grote vastbeslotenheid gevraagd om af te zien van de eerbewijzen van het Egyptische hof en terug te keren naar het meer geestelijke werk dat door Machiventa werd gepropageerd. Maar Melchizedek werd zelfs in Eypte vereerd, en toen de Faraoh het gehele relaas te horen kreeg, drong hij er bij Abraham sterk op aan terug te keren en zijn geloften aan de zaak van Salem na te komen.

(1019.6) 93:5.9 Abraham had ambities om koning te worden en op de terugweg uit Egypte legde hij Lot zijn plan voor om heel Kanaän te onderwerpen en de bewoners onder het bewind van Salem te brengen. Lot was meer uit op zakendoen, en dus trok hij later, na een onenigheid, naar Sodom om zich gaan te bezighouden met handel en veeteelt. Lot hield noch van het militaire, noch van het herdersleven.

(1019.7) 93:5.10 Toen hij met zijn familie was teruggereisd naar Salem, begon Abraham zijn militaire projecten te verwezenlijken. Al spoedig werd hij erkend als burgerlijk heerser over het grondgebied rond Salem en had hij zeven naburige stammen onder zijn leiding verenigd. Sterker nog, hij ontbrandde in ijver om uit te trekken en de naburige stammen met het zwaard bijeen te drijven, zodat ze sneller tot kennis van de waarheden van Salem konden worden gebracht, en hij kon slechts met de grootste moeite door Melchizedek in toom worden gehouden.

(1019.8) 93:5.11 Melchizedek onderhield vreedzame betrekkingen met alle omringende stammen; hij was niet militaristisch en geen van de legers die heen en weer trokken viel hem ooit aan. Hij stemde er geheel mee in dat Abraham een verdedigingspolitiek voor Salem opstelde die later ook werd uitgevoerd, maar wilde niet zijn goedkeuring hechten aan de ambitieuze veroveringsplannen van zijn pupil. Dus werd hun verhouding op vriendschappelijke wijze verbroken, waarna Abraham naar Hebron trok om daar zijn militaire hoofdkwartier te vestigen.

(1020.1) 93:5.12 Vanwege zijn nauwe verbintenis met de vermaarde Melchizedek was Abraham zeer in het voordeel ten opzichte van de kleine koningen die hem omringden; zij vereerden Melchizedek allen en vreesden Abraham uitermate. Abraham wist van deze vrees en wachtte alleen een gunstige gelegenheid af om zijn buren aan te vallen; hij vond dit excuus toen enkelen van deze heersers een overval durfden te doen op het eigendom van zijn neef Lot die in Sodom woonde. Toen hij hiervan hoorde, trok Abraham aan het hoofd van zijn zeven verenigde stammen op tegen de vijand. Zijn eigen lijfwacht van 318 man leverde de officieren van het leger van meer dan 4.000 man, dat op dit moment tot de aanval overging.

(1020.2) 93:5.13 Toen Melchizedek hoorde van Abrahams oorlogsverklaring, trok hij uit om hem tot ande- re gedachten te brengen, maar hij trof zijn vroegere leerling pas toen deze als overwinnaar uit de slag terugkeerde. Abraham hield vol dat de God van Salem hem de overwinning over zijn vijanden had geschonken en stond er op een tiende van zijn buit aan de schatkist van Salem te geven. De andere negentig procent bracht hij over naar zijn hoofdkwartier in Hebron.

(1020.3) 93:5.14 Na deze slag bij Siddim werd Abraham de leider van een tweede verbond van elf stammen en betaalde niet alleen zelf tienden aan Melchizedek, maar zag er ook op toe dat alle anderen in die omgeving hetzelfde deden. Ten gevolge van zijn diplomatieke onderhandelingen met de koning van Sodom en van de vrees die hij zo algemeen inboezemde, sloten de koning van Sodom en anderen zich ook bij de militaire confederatie van Hebron aan. Abraham was werkelijk al een eind op weg om een machtige staat in Palestina te vestigen.

(1020.4) 93:6.1 Abraham had de verovering van heel Kanaän voor ogen. Alleen het feit dat Melchizedek deze onderneming niet wilde goedkeuren bracht zijn vastbeslotenheid aan het wankelen. Toch had Abraham al bijna besloten de onderneming te wagen, toen hij geplaagd begon te worden door de gedachte dat hij geen zoon had die hem zou kunnen opvolgen als heerser over het koninkrijk dat hij zich voorstelde te vestigen. Hij belegde nog een onderhoud met Melchizedek, en het was gedurende dit gesprek dat de priester van Salem, de zichtbare Zoon Gods, Abraham overreedde om zijn plan om materiële bezittingen en wereldlijke heerschappij te veroveren op te geven, ten gunste van het geestelijke begrip van het koninkrijk des hemels.

(1020.5) 93:6.2 Melchizedek legde aan Abraham uit dat het nutteloos was om strijd te leveren met het verbond der Amorieten, maar maakte hem evenzeer duidelijk dat deze achtergebleven stammen door deze dwaze praktijken zeker bezig waren zelfmoord te plegen, met het gevolg dat ze binnen een paar generaties zo verzwakt zouden raken, dat de afstammelingen van Abraham, die intussen sterk zouden zijn toegenomen, hen gemakkelijk zouden kunnen overwinnen.

(1020.6) 93:6.3 En Melchizedek sloot een formeel verbond met Abraham in Salem. Hij sprak tot Abraham: ‘Kijk nu op naar de hemelen en tel de sterren als ge kunt; zo talrijk zal uw zaad zijn.’ En Abraham geloofde Melchizedek, ‘en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.’ En toen vertelde Melchizedek Abraham het verhaal van de toekomstige bezetting van Kanaän door zijn nageslacht, na hun verblijf in Egypte.

(1020.7) 93:6.4 Dit verbond van Melchizedek met Abraham vormt de grote Urantiaanse overeenkomst tussen godheid en mensheid waarbij God erin toestemt om alles te doen; de mens stemt er alleen in toe te geloven in Gods beloften en zijn aanwijzingen te volgen. Tot aan dit tijdstip had de mens geloofd dat hij alleen gered kon worden door werken – door offers en offeranden; nu bracht Melchizedek wederom het goede nieuws dat heil, de gunst van God, verkregen kan worden door geloof. Dit evangelie van eenvoudig geloof in God was echter te vooruitstrevend; nadien keerden de Semitische stamleden maar liever terug tot de oude offeranden en tot het verzoenen van zonde door het vergieten van bloed.

(1021.1) 93:6.5 Niet lang na het sluiten van dit verbond werd Isaak, de zoon van Abraham, geboren in overeenstemming met de belofte van Melchizedek. Na de geboorte van Isaak vatte Abraham zijn verbond met Melchizedek zeer plechtig op en reisde hij naar Salem om het schriftelijk vast te leggen. Het was bij de openbare, formele aanvaarding van het verbond dat hij zijn naam Abram in Abraham veranderde.

(1021.2) 93:6.6 De meeste gelovigen in Salem hadden zich laten besnijden, hoewel dit door Melchizedek nooit verplicht was gesteld. Maar Abraham was altijd zo tegen besnijdenis geweest, dat hij nu besloot de gelegenheid een plechtig karakter te geven door deze rite formeel te aanvaarden ten teken van de bekrachtiging van het verbond van Salem.

(1021.3) 93:6.7 Het was nadat hij zijn persoonlijke ambities werkelijk en in het openbaar had opgegeven voor de grotere plannen van Melchizedek, dat de drie hemelse wezens aan hem verschenen op de vlakten van Mamre. Deze verschijning was een feit, ook al werd zij in verband gebracht met de verhalen die later verzonnen werden met betrekking tot de natuurlijke verwoesting van Sodom en Gomorra. Deze legenden over de gebeurtenissen van die dagen zijn op hun beurt een indicatie van de achterlijkheid die zelfs in een zo recent verleden nog heerste op het gebied van de moraal en de ethiek.

(1021.4) 93:6.8 Na de voltrekking van het plechtige verbond waren Abraham en Melchizedek volledig met elkaar verzoend. Abraham nam wederom het burgerlijke en militaire leiderschap op zich van de kolonie van Salem, die op het hoogtepunt van haar bestaan meer dan honderdduizend vaste tiendenbetalers telde volgens de registers van de broederschap van Melchizedek. Abraham bracht vele verbeteringen aan in de tempel van Salem en verschafte nieuwe tenten voor de gehele school. Hij breidde niet alleen het tiendensysteem uit, maar voerde ook vele verbeterde methoden in om de zaken van de school te regelen, en droeg er bovendien in belangrijke mate toe bij dat de afdeling zending en propaganda beter geleid werd. Hij deed ook veel aan het verbeteren van de kudden en de reorganisatie van de zuivelbereidingsprojecten van Salem. Abraham was een scherpzinnig, efficiënt zakenman, een rijk man voor zijn dagen; hij was niet overdreven vroom, maar volledig oprecht en hij geloofde werkelijk in Machiventa Melchizedek.

(1021.5) 93:7.1 Enige jaren lang ging Melchizedek voort met het onderwijzen van zijn leerlingen en het opleiden van de zendelingen van Salem, die tot alle omliggende stammen doordrongen, vooral in Egypte, Mesopotamië en Klein-Azië. En naarmate de decennia verstreken, trokken deze leraren steeds verder van Salem weg, waarbij zij Machiventa’s evangelie van geloof en vertrouwen in God met zich meedroegen.

(1021.6) 93:7.2 De afstammelingen van Adamszoon, die samenwoonden langs de kusten van het Vanmeer, luisterden begerig naar de Hittitische leraren van de cultus van Salem. Vanuit dit eens Anditische centrum werden leraren uitgestuurd naar de verafgelegen streken van zowel Europa als Azië. Missionarissen uit Salem drongen door tot geheel Europa, tot aan de Britse eilanden toe. Eén groep reisde via de Faröer-eilanden naar de Andonieten in IJsland, terwijl een andere dwars door China trok en de Japanners van de oostelijke eilanden bereikte. De levens en de ervaringen van de mannen en vrouwen die het waagden om uit Salem, Mesopotamië en het Vanmeer weg te trekken om de stammen van het oostelijk halfrond het licht te brengen, vormen een heroïsch hoofdstuk in de annalen van het menselijk ras.

(1022.1) 93:7.3 Maar de taak was zo groot en de stammen nog zo onontwikkeld, dat de resultaten vaag en onbestemd waren. Terwijl de generaties elkaar opvolgden, kreeg het evangelie van Salem hier en daar wel vaste voet, maar het idee van één God kon, behalve in Palestina, nergens blijvend de loyaliteit van een hele stam of een heel volk winnen. Lang voor de komst van Jezus waren de leringen van de vroege zendelingen uit Salem over het algemeen overspoeld door de oudere, meer algemene vormen van bijgeloof en geloof. Het oorspronkelijke evangelie van Melchizedek was bijna geheel opgegaan in het geloof in de Grote Moeder, de Zon, en andere oude vormen van godsverering.

(1022.2) 93:7.4 Gij die vandaag de voordelen van de boekdrukkunst geniet, hebt er weinig begrip van hoe moeilijk het in deze vroege tijden was om de waarheid te bestendigen en hoe gemakkelijk een nieuwe leer van de ene op de andere generatie uit het oog kon worden verloren. De nieuwe leer werd bijna altijd in het bestaande corpus van religieus onderricht en magische praktijken opgenomen. Een nieuwe openbaring wordt altijd besmet door de evolutionaire geloofsovertuigingen die eraan zijn voorafgegaan.

(1022.3) 93:8.1 Kort na de verwoesting van Sodom en Gomorra nam Machiventa het besluit om zijn nood-zelfschenkking op Urantia te beëindigen. Het besluit van Melchizedek om zijn verblijf in het vlees af te sluiten werd hem door talrijke omstandigheden ingegeven, maar de belangrijkste van deze was de toenemende neiging bij de omwonende stammen en zelfs bij zijn naaste metgezellen, om hem als een halfgod te beschouwen, om hem te zien als een bovennatuurlijk wezen, hetgeen hij inderdaad was; zij begonnen hem echter overmatig en met een hoogst bijgelovige vrees te vereren. Daar kwam bij dat Melchizedek het toneel waar zich zijn aardse activiteiten hadden afgespeeld lang genoeg vóór Abrahams dood wilde verlaten, om te garanderen dat de waarheid van de ene en enige God stevig in het denken van zijn volgelingen geworteld zou raken. Dus trok Machiventa zich op zekere avond terug in zijn tent in Salem nadat hij zijn menselijke metgezellen goedenacht had gewenst, en toen zij hem ’s ochtends gingen roepen, was hij er niet meer, want zijn ordegenoten hadden hem weggenomen.

(1022.4) 93:9.1 Het was een grote beproeving voor Abraham toen Melchizedek zo plotseling was verdwenen. Ofschoon hij zijn volgelingen onomwonden had gewaarschuwd dat hij eens zou moeten vertrekken zoals hij gekomen was, konden zij zich niet verzoenen met het verlies van hun wonderbaarlijke leider. De grote organisatie die in Salem was opgebouwd verdween bijna geheel, hoewel Mozes nog op de overleveringen aangaande deze dagen bouwde toen hij de Hebreeuwse slaven uit Egypte leidde.

(1022.5) 93:9.2 Het verlies van Melchizedek maakte Abraham bedroefd van hart, een zwaarmoedigheid die hij nooit meer geheel te boven kwam. Hij had Hebron verlaten toen hij de ambitie had opgegeven om een materiëel koninkrijk op te bouwen; en nu, na het verlies van zijn deelgenoot in de opbouw van het geestelijke koninkrijk, verliet hij Salem, trok naar het zuiden en ging in de buurt van zijn bezittingen in Gerar wonen.

(1022.6) 93:9.3 Direct na het verdwijnen van Melchizedek werd Abraham vreesachtig en bang. Bij zijn aankomst in Gerar hield hij zijn identiteit geheim, zodat Abimelech zich zijn vrouw toeëigende. (Kort na zijn huwelijk met Sara had Abraham op een nacht een complot afgeluisterd om hem te vermoorden en zo zijn briljante vrouw te bemachtigen. Dit angstbeeld werd een verschrikking voor hem, hoewel hij in andere opzichten een dapper en stoutmoedig leider was; zijn leven lang vreesde hij dat iemand hem in het geheim zou doden om Sara te kunnen bemachtigen. Dit is de verklaring waarom deze dappere man bij drie verschillende gelegenheden echte lafheid tentoonspreidde.)

(1023.1) 93:9.4 Maar Abraham zou zich niet lang laten afhouden van zijn zending als opvolger van Melchizedek. Reeds spoedig maakte hij bekeerlingen onder de Filistijnen en bij het volk van Abimelech, sloot een verdrag met hen en raakte op zijn beurt besmet met een groot aantal van hun vormen van bijgeloof, vooral het gebruik om eerstgeboren zonen te offeren. Zo werd Abraham opnieuw een groot leider in Palestina. Alle groepen koesterden eerbied voor hem en alle koningen bewezen hem eer. Hij was de geestelijke leider van alle omringende stammen, en zijn invloed hield nog enige tijd stand na zijn dood. Tijdens de laatste jaren van zijn leven keerde hij nogmaals terug naar Hebron, het toneel van zijn vroegere activiteiten en de plaats waar hij had samengewerkt met Melchizedek. Als laatste daad zond Abraham vertrouwde dienaren naar de stad van zijn broeder Nahor, bij de grens met Mesopotamië, om een vrouw van zijn eigen volk te verwerven als echtgenote voor zijn zoon Isaak. Het was reeds lang de gewoonte bij het volk van Abraham om met nichten en neven te huwen. En Abraham stierf vol vertrouwen in het geloof in God dat hij van Melchizedek had geleerd in de inmiddels verdwenen scholen van Salem.

(1023.2) 93:9.5 Het viel de volgende generatie moeilijk om de geschiedenis van Melchizedek te begrijpen; binnen vijfhonderd jaar werd het gehele verhaal door velen als een mythe beschouwd. Isaak hield zich redelijk goed aan het onderricht van zijn vader en hield het evangelie van de kolonie van Salem in leven, maar voor Jakob was het moeilijk om de betekenis van deze overleveringen te begrijpen. Jozef geloofde vast in Melchizedek en werd vooral om deze reden door zijn broeders als een dromer beschouwd. De eer die Jozef in Egypte te beurt viel, had hij hoofdzakelijk te danken aan de herinnering aan zijn overgrootvader Abraham. Jozef kreeg het militaire bevel over de Egyptische legers aangeboden, maar aangezien hij zo vast geloofde in de overleveringen over Melchizedek en de latere leringen van Abraham en Izaak, gaf hij er de voorkeur aan om als burgerlijk bestuurder te dienen; hij geloofde dat hij zo beter kon arbeiden aan de voortgang van het koninkrijk des hemels.

(1023.3) 93:9.6 Het onderricht van Melchizedek was breed en volledig, maar de verslagen van deze tijden schenen de latere Hebreeuwse priesters onmogelijk en fantastisch toe, ofschoon velen van hen wel enig begrip hadden van wat zich hier had afgespeeld, dat wil zeggen, tot aan de tijd dat de documenten van het Oude Testament alle tegelijk in Babylon werden bewerkt.

(1023.4) 93:9.7 Wat in de documenten van het Oude Testament wordt beschreven als gesprekken tussen Abraham en God, waren in werkelijkheid beraadslagingen tussen Abraham en Melchizedek. Latere schriftgeleerden beschouwden de term Melchizedek als synoniem met God. De vele contacten van Abraham en Sara met ‘de engel des Heren’ die worden vermeld, slaan op hun talrijke bezoeken aan Melchizedek.

(1023.5) 93:9.8 De Hebreeuwse verhalen over Isaak, Jakob en Jozef zijn veel betrouwbaarder dan die over Abraham, hoewel ook hier vele afwijkingen van de feiten voorkomen, veranderingen die met en zonder opzet werden aangebracht tijdens het samenstellen van deze documenten door de Hebreeuwse priesters tijdens de Babylonische gevangenschap. Ketura was geen echtgenote van Abraham; evenals Hagar was zij slechts een bijvrouw. Al Abrahams eigendom ging over naar Isaak, de zoon van Sara, de vrouw met de rechtspositie van echtgenote. Abraham was niet zo oud als de geschriften aangeven en zijn vrouw was veel jonger. Hun leeftijden werden met opzet veranderd om Isaak vervolgens op vermeend mirakuleuze wijze geboren te kunnen laten worden.

(1023.6) 93:9.9 Het nationale ego van de Joden kreeg een geweldige knauw door de Babylonische ballingschap. In hun reactie tegen hun ondergeschiktheid als natie sloegen zij door naar het andere uiterste van nationale en raciale eigenwaan, waarin zij hun overleveringen verwrongen en vervormden met het oogmerk zichzelf boven alle rassen en volken te verheffen als het uitverkoren volk van God; vandaar dat zij al hun verslagen zorgvuldig bewerkten met het doel om Abraham en hun andere nationale leiders hoog te verheffen boven alle andere personen, Melchizedek zelf niet uitgezonderd. Daarom vernietigden de Hebreeuwse schriftgeleerden alle verslagen uit deze gewichtige tijden die ze konden vinden; zij bewaarden alleen het verhaal over de ontmoeting van Abraham en Melchizedek na de slag bij Siddim, waarvan zij vonden dat het Abraham grotelijks tot eer strekte.

(1024.1) 93:9.10 En doordat zij Melchizedek aldus uit het oog verloren, verloren zij ook uit het oog wat deze Zoon die in een noodsituatie optrad, had onderricht over de geestelijke zending van de beloofde zelfschenking-Zoon – verloren de natuur van deze zending zo geheel en al uit het oog, dat maar zeer weinigen van hun nageslacht in staat of bereid waren Michael te erkennen en te ontvangen toen hij op aarde en in het vlees verscheen, zoals Machiventa had voorspeld.

(1024.2) 93:9.11 Doch een van de schrijvers van het Boek van de Hebreeërs begreep de zending van Melchizedek wel, want er staat geschreven: ‘Deze Melchizedek, priester van de allerhoogste God, was ook koning des vredes; zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens maar geschapen als een Zoon Gods, blijft hij priester voor altoos.’ Met zijn verzekering dat Jezus ‘een priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek’ was, karakteriseerde deze schrijver Melchizedek als een voorafbeelding van de latere zelfschenking van Michael. Hoewel deze vergelijking niet geheel gelukkig is geweest, is het letterlijk waar dat Christus Urantia voorlopig in eigendom kreeg ‘volgens opdrachten van de twaalf Melchizedek-curatoren’ die in functie waren ten tijde van zijn zelfschenking op de wereld.

(1024.3) 93:10.1 Gedurende de jaren dat Machiventa geïncarneerd was, functioneerden de Melchizedek-curatoren van Urantia als een groep van elf. Toen Machiventa van mening was dat zijn zending als Zoon voor een noodsituatie was beëindigd, maakte hij dit feit kenbaar aan zijn elf medewerkers, en dezen brachten onmiddellijk de techniek in gereedheid waardoor hij uit het vlees kon worden verlost en veilig kon worden teruggebracht tot zijn oorspronkelijke Melchizedek-status. En op de derde dag na zijn verdwijning uit Salem verscheen hij te midden van zijn elf ordegenoten aan wie Urantia was toegewezen en hervatte hij zijn onderbroken loopbaan als een van de planetaire curatoren van 606 van Satania.

(1024.4) 93:10.2 Machiventa beëindigde zijn zelfschenking als een schepsel van vlees en bloed even plotseling en informeel als hij deze had aangevangen. Zijn verschijnen, noch zijn vertrek, ging vergezeld van ongewone aankondigingen of demonstraties van enigerlei aard: zijn verschijnen op Urantia werd noch door een opstandingsappèl noch door het beëindigen van een planetaire dispensatie gemarkeerd; zijn zelfschenking betrof een noodsituatie. Maar Machiventa maakte pas een einde aan zijn verblijf in het vlees van een mens toen hij naar behoren door de Vader Melchizedek was ontheven van zijn taak en had vernomen dat zijn zelfschenking voor de noodsituatie de goedkeuring had verkregen van het hoofd van de uitvoerende macht in Nebadon, Gabriël van Salvington.

(1024.5) 93:10.3 Machiventa Melchizedek heeft altijd grote belangstelling gehouden voor de zaken van de nakomelingen van de mensen die in zijn onderricht geloofden toen hij in het vlees was. Maar de lijn van het nageslacht van Abraham via Isaak, die zich door huwelijken vermengde met de Kenieten, was de enige die lange tijd een duidelijk beeld van de onderrichtingen van Salem voor ogen hield.

(1024.6) 93:10.4 Deze zelfde Melchizedek bleef alle negentien volgende eeuwen samenwerken met de vele profeten en zieners, en trachtte zo de waarheden van Salem levend te houden tot de tijd voor de verschijning van Michael op aarde vervuld was.

(1025.1) 93:10.5 Machiventa bleef planetair bewindvoerder tot de dagen van de triomf van Michael op Urantia. Vervolgens werd hij, als één van de vier en twintig raadsleden, toegevoegd aan de dienst voor Urantia op Jerusem, en hij is pas kort geleden bevorderd tot de rang van persoonlijk ambassadeur van de Schepper-Zoon op Jerusem, met de titel van Plaatsvervangend Planetair Vorst van Urantia. Wij geloven dat zolang Urantia een bewoonde planeet blijft, Machiventa niet volledig zal worden teruggeroepen naar de taken die door zijn orde van zonen vervuld worden, doch in termen van de tijd gesproken, eeuwig in dienst van de planeet zal blijven en Christus Michael zal blijven vertegenwoordigen.

(1025.2) 93:10.6 Aangezien zijn zelfschenking op Urantia een noodsituatie betrof, valt er uit de verslagen niet te lezen wat de toekomst van Machiventa zal zijn. Wellicht zal het Mechizedek-korps van Nebadon blijken één uit hun gelederen permanent verloren te hebben. Recente uitspraken die door de Meest Verhevenen van Edentia zijn bekend gemaakt en later door de Ouden der Dagen van Uversa zijn bekrachtigd, vormen een sterke aanwijzing dat het de bestemming van deze zelfschenking-Melchizedek is om de plaats in te nemen van de gevallen Planetaire Vorst Caligastia. Als onze gissingen in dezen juist zijn, is het zeer wel mogelijk dat Machiventa Melchizedek wederom persoonlijk op Urantia zal verschijnen en op een of andere aangepaste wijze de functie van de onttroonde Planetaire Vorst zal overnemen, of anders op aarde zal verschijnen in de rol van waarnemend Planetair Vorst en vertegenwoordiger van Christus Michael, die nu in feite de titel van Planetair Vorst van Urantia draagt. Hoewel het ons verre van duidelijk is welke bestemming voor Machiventa is weggelegd, vormen gebeurtenissen die zeer kort geleden hebben plaatsgevonden, niettemin een sterke aanwijzing dat de bovenstaande vermoedens waarschijnlijk niet ver bezijden de waarheid zijn.

(1025.3) 93:10.7 Wij begrijpen zeer goed hoe Michael door zijn triomf op Urantia de opvolger is geworden van zowel Caligastia als Adam, hoe hij de planetaire Vredevorst en de tweede Adam is geworden. Nu zien wij bovendien dat aan deze Melchizedek de titel van Waarnemend Planetair Vorst van Urantia is verleend. Zal hij ook worden aangesteld als de Waarnemend Materiële Zoon van Urantia? Of bestaat er een mogelijkheid dat er te eniger tijd een onverwachte, niet eerder voorgekomen gebeurtenis zal plaatsvinden, de terugkeer naar de planeet van Adam en Eva of sommigen van hun nakomelingen, als vertegenwoordigers van Michael met de titel plaatsvervangers van de tweede Adam van Urantia?

(1025.4) 93:10.8 Wanneer al deze speculaties in verband worden gebracht met het feit dat er in de toekomst zeker zowel Magistraat-Zonen als Leraar-Zonen van de Triniteit zullen verschijnen, en wanneer zij gecombineerd worden met de expliciete belofte van de Schepper-Zoon om eenmaal terug te keren, wordt Urantia een planeet met een onzekere toekomst en een van de interessantste en boeiendste werelden in het hele universum Nebadon. Alles bijeen genomen is het mogelijk dat wij in een toekomstige eeuw, wanneer Urantia het tijdperk van licht en leven nadert en de zaken van de rebellie van Lucifer en de afscheiding van Caligastia definitief berecht zijn, getuige mogen zijn van de gelijktijdige aanwezigheid op Urantia van Machiventa, Adam, Eva en Christus Michael, en tevens ofwel een Magistraat-Zoon of zelfs Leraar-Zonen van de Triniteit.

(1025.5) 93:10.9 Onze orde is reeds lang van mening dat Machiventa’s lidmaatschap van het korps bestuurders voor Urantia op Jerusem, de vier en twintig raadslieden, voldoende grond is om te geloven dat het zijn bestemming is om de stervelingen van Urantia door het universele programma van voortgang en opstijging heen te volgen, tot aan het Paradijs-Korps der Volkomenheid zelf. Wij weten dat het de bestemming is van Adam en Eva om zo hun aardse soortgenoten te vergezellen bij het Paradijs-avontuur, wanneer Urantia bestendigd zal zijn in licht en leven.

(1025.6) 93:10.10 Minder dan duizend jaar geleden was deze zelfde Machiventa Melchizedek, de voormalige wijze van Salem, honderd jaar lang onzichtbaar op Urantia aanwezig, waarbij hij optrad als residerend gouverneur-generaal van de planeet; als het huidige systeem van bestuur van de zaken van de planeet wordt voortgezet, kan hij over iets meer dan duizend jaar dan ook in dezelfde kwaliteit worden terugverwacht.

(1026.1) 93:10.11 Dit is de geschiedenis van Machiventa Melchizedek, een van de uitzonderlijkste figuren die zich ooit met de geschiedenis van Urantia heeft verbonden, en een persoonlijkheid die wellicht is voorbestemd om een belangrijke rol te spelen in de toekomstige ervaring van uw afwijkende en ongewone wereld.

(1026.2) 93:10.12 [Aangeboden door een Melchizedek van Nebadon.]

Información de fondo

AfdrukkenAfdrukken

Urantia Foundation, 533 W. Diversey Parkway, Chicago, IL 60614, USA
Telefoon: +1-773-525-3319
© Urantia Foundation. Alle rechten voorbehouden