De nood van het schepsel is op zichzelf reeds voldoende om de volle stroom van de tedere barmhartigheid van de Vader en zijn reddingbrengende genade te garanderen.
Het Urantia Boek, (38.2) 2:4.2
De nood van het schepsel is op zichzelf reeds voldoende om de volle stroom van de tedere barmhartigheid van de Vader en zijn reddingbrengende genade te garanderen.
Het Urantia Boek, (38.2) 2:4.2