Verhandeling 53 - De opstand van Lucifer

   
   Red Jesus Text: Aan | Uit    Paragraaf Nummers: Aan | Uit
AfdrukkenAfdrukkenSend by emailSend by email

Het Urantia Boek

Verhandeling 53

De opstand van Lucifer


(601.1) 53:0.1 LUCIFER was een briljante primaire Lanonandek-Zoon van Nebadon. Hij had gediend in vele stelsels, was een hoge raadsman van zijn groep geweest en muntte uit door wijsheid, scherpzinnigheid en bekwaamheid. Lucifer was nummer 37 van zijn orde, en bij zijn aanstelling door de Melchizedeks werd hij omschreven als een van de honderd capabelste, briljantste persoonlijkheden van de meer dan zevenhonderdduizend leden van zijn soort. Na zulk een luisterrijk begin kwam hij via kwaad en dwaling tot het omhelzen van zonde, en nu is hij één van de drie Stelsel-Soevereinen in Nebadon die zijn gezwicht voor de behoeften van het eigen zelf en hebben gecapituleerd voor de drogreden van valse persoonlijke vrijheid – de afwijzing van getrouwheid aan het universum en de verontachtzaming van de verplichtingen van broederschap, blindheid voor kosmische betrekkingen.

(601.2) 53:0.2 Het universum Nebadon, het domein van Christus Michael, omvat tienduizend stelsels van bewoonde werelden. In de gehele geschiedenis der Lanonandek-Zonen, bij al hun arbeid in al deze duizenden stelsels en op het hoofdkwartier van het universum, zijn er slechts drie Stelsel-Soevereinen geweest die zich schuldig hebben gemaakt aan minachting voor de regering van de Schepper-Zoon.

1. De leiders van de opstand

(601.3) 53:1.1 Lucifer was geen wezen in opklimming. Hij was een geschapen Zoon van het plaatselijk universum, en van hem werd gezegd: ‘Onberispelijk waart gij in uw wandel vanaf de dag dat gij geschapen werdt, totdat er onrecht in u werd gevonden.’ Vele malen had hij beraadslaagd met de Meest Verhevenen van Edentia. En Lucifer regeerde ‘op de heilige berg Gods,’ de bestuursheuvel van Jerusem, want hij stond aan het hoofd van het uitvoerend bewind over een groot stelsel van 607 bewoonde werelden.

(601.4) 53:1.2 Lucifer was een indrukwekkend wezen, een briljante persoonlijkheid; in de rangorde van het gezag in het universum volgde hij rechtstreeks op de Meest Verheven Vaders van de constellaties. Ondanks zijn overtreding onthielden ondergeschikte denkende wezens zich van oneerbiedigheid en minachting jegens Lucifer vóór Michaels zelfschenking op Urantia. Ten tijde van de opstanding van Mozes bracht zelfs de aartsengel van Michael ‘geen smadelijk oordeel jegens hem uit, doch zeide eenvoudig: “De Rechter straffe u.”’ Het oordeel in zulke zaken behoort aan de Ouden der Dagen, de regeerders van het superuniversum.

(601.5) 53:1.3 Lucifer is thans de gevallen, afgezette Soeverein van Satania. Zelfachting is hoogst rampzalig, zelfs voor de verheven persoonlijkheden van de hemelse wereld. Van Lucifer werd gezegd: ‘Trots was uw hart vanwege uw schoonheid; met uw luister hebt ge ook uw wijsheid teniet doen gaan.’ Uw oude profeet zag zijn treurige staat toen hij schreef: ‘Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, O Lucifer, zoon des dageraads! hoe zijt ge neergestort, gij die waagdet de werelden te verwarren!’

(602.1) 53:1.4 Op Urantia werd er zeer weinig over Lucifer bekend vanwege het feit dat hij zijn eerste luitenant, Satan, aanstelde om zijn zaak op uw planeet te bepleiten. Satan was een lid van dezelfde primaire groep Lanonandeks, maar had nimmer gefunctioneerd als Stelsel-Soeverein; hij nam in alles deel aan de opstand van Lucifer. De ‘duivel’ is niemand anders dan Caligastia, de afgezette Planetaire Vorst van Urantia en een Zoon van de secundaire orde der Lanonandeks. Toen Michael in het vlees op Urantia was, hadden Lucifer, Satan en Caligastia zich aaneengesloten om de missie van zijn schenking te doen mislukken. Hierin faalden zij echter opvallend.

(602.2) 53:1.5 Abaddon was de stafchef van Caligastia. Hij volgde zijn meester in de opstand en is sindsdien steeds opgetreden als bestuurder van de opstandelingen op Urantia. Beëlzebub was de leider van de trouweloze middenschepselen die zich verbonden met de strijdkrachten van de verraderlijke Caligastia.

(602.3) 53:1.6 Uiteindelijk is de draak de symbolische voorstelling van al deze boze personages geworden. Na de triomf van Michael ‘daalde Gabriël neer uit Salvington en bond de draak (alle opstandige leiders) voor een tijdperk.’ Over de serafijnse opstandelingen op Jerusem is geschreven: ‘En de engelen die hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, heeft hij met vaste ketenen van donkerheid bewaard gehouden voor het oordeel van de grote dag.’

2. De oorzaken van de opstand

(602.4) 53:2.1 Lucifer en zijn eerste assistent, Satan, hadden al meer dan vijfhonderdduizend jaar op Jerusem geregeerd toen zij in hun hart stelling begonnen te nemen tegen de Universele Vader en zijn Zoon Michael, die toen plaatsvervangend regent was.

(602.5) 53:2.2 Er waren geen ongewone of speciale omstandigheden in het stelsel Satania die om opstand vroegen of deze bevorderden. Wij geloven dat dit idee zijn oorsprong vond en vorm aannam in het bewustzijn van Lucifer, en dat hij overal waar hij maar gestationeerd zou zijn geweest een dergelijke opstand had kunnen aanstichten. Lucifer maakte zijn plannen het eerst bekend aan Satan, maar het corrumperen van het bewustzijn van deze bekwame, briljante medewerker nam verscheidene maanden in beslag. Toen deze echter eenmaal was bekeerd tot de opstandige theorieën, werd hij een stoutmoedig en ernstig bepleiter van ‘zelfbewustheid en vrijheid.’

(602.6) 53:2.3 Niemand had Lucifer ooit gesuggereerd om in opstand te komen. Het idee van zelfbewustheid in verzet tegen de wil van Michael en de plannen van de Universele Vader, zoals deze in Michael worden vertegenwoordigd, ontsprong aan zijn eigen bewustzijn. Zijn betrekkingen met de Schepper-Zoon waren innig en altijd hartelijk geweest. Voordat hij zijn eigen bewustzijn begon te verheffen, had Lucifer op geen enkel moment openlijk uiting gegeven aan ongenoegen over het bestuur van het universum. Ondanks Lucifers stilzwijgen had de Unie der Dagen op Salvington echter reeds meer dan honderd jaar standaardtijd aan Uversa gereflectiveerd dat niet alles pais en vree was in Lucifers bewustzijn. Deze inlichting werd ook overgebracht aan de Schepper-Zoon en aan de Constellatie-Vaders van Norlatiadek.

(602.7) 53:2.4 Gedurende deze periode kreeg Lucifer steeds meer kritiek op het gehele plan van het bestuur van het universum, maar wendde hij altijd oprechte trouw voor aan de Allerhoogste Regeerders. Zijn eerste uitgesproken trouweloosheid kwam aan het licht toen Gabriël een bezoek bracht aan Jerusem, slechts enkele dagen voor de openlijke afkondiging van Lucifers Vrijheidsverklaring. Gabriël was zo diep doordrongen van de zekerheid van de op handen zijnde uitbarsting, dat hij rechtstreeks naar Edentia ging om te overleggen met de Constellatie-Vaders ten aanzien van de maatregelen die getroffen dienden te worden in het geval van een openlijke opstand.

(603.1) 53:2.5 Het is zeer moeilijk om de exacte oorzaak of oorzaken aan te wijzen die uiteindelijk culmineer- den in de opstand van Lucifer. Wij weten slechts één ding zeker, en dat is het volgende: wat het eerste begin ook geweest moge zijn, het had zijn oorsprong in Lucifers bewustzijn. Er moet een eigenwaan zijn geweest, die zichzelf voedde tot het punt waar zij zelfbedrog werd, zodat Lucifer zichzelf een tijd lang kon overtuigen dat de opstand die hem voor ogen zweefde daadwerkelijk ten voordele van het stelsel en zelfs van het universum zou zijn. Tegen de tijd dat zijn plannen zich hadden ontwikkeld tot het punt waar hij gedesillusioneerd raakte, was hij ongetwijfeld zover gegaan dat hij er door zijn oorspronkelijke, tweedracht zaaiende trots niet mee kon ophouden. Op een bepaald punt in deze ervaring werd hij onoprecht en ontwikkelde het kwaad zich tot opzettelijke, halsstarrige zonde. Dat dit inderdaad gebeurde, wordt bewezen door het latere gedrag van deze briljante bestuurder. Hij kreeg lange tijd de gelegenheid om berouw te tonen, maar slechts enkelen van zijn ondergeschikten hebben de genade die hun werd geboden ooit aanvaard. De Getrouwe der Dagen van Edentia legde hem op verzoek van de Constellatie-Vaders in eigen persoon het plan van Michael voor om deze flagrante opstandelingen te redden, maar de barmhartigheid van de Schepper-Zoon werd aldoor afgewezen, afgewezen met toenemende minachting en hooghartigheid.

3. Het manifest van Lucifer

(603.2) 53:3.1 Wat de eerste oorsprong van onlust in de harten van Lucifer en Satan ook geweest moge zijn, de uiteindelijke uitbarsting nam de vorm aan van de Vrijheidsverklaring van Lucifer. De zaak van de opstandelingen werd uiteengezet onder drie hoofden:

(603.3) 53:3.2 1. De werkelijkheid van de Universele Vader. Lucifer bracht als beschuldiging in dat de Universele Vader niet werkelijk bestond, dat de fysische zwaartekracht en de ruimteënergie inherent waren aan het universum, en dat de Vader een mythe was die door de Paradijs-Zonen was bedacht met het doel hen in staat te stellen de heerschappij over de universa in naam van de Vader in handen te houden. Hij ontkende dat persoonlijkheid een geschenk van de Universele Vader was. Hij suggereerde zelfs dat de volkomenen heimelijk samenzwoeren met de Paradijs-Zonen om de gehele schepping een frauduleus idee op te dringen, aangezien zij nimmer een zeer welomlijnd idee mee terugbrachten van de eigenlijke persoonlijkheid van de Vader, zoals deze op het Paradijs kan worden waargenomen. Hij exploiteerde hun eerbied door deze als onwetendheid voor te stellen. De aanklacht was radicaal, vreselijk en godslasterlijk. Deze bedekte aanval op de volkomenen bracht de opklimmende burgers die te dien tijde op Jerusem verbleven, er ongetwijfeld toe vastberaden te zijn en zich standvastig te blijven verzetten tegen alle voorstellen van de opstandeling.

(603.4) 53:3.3 2. De universumregering van de Schepper-Zoon – Michael. Lucifer beweerde met klem dat de plaatselijke stelsels autonoom moesten zijn. Hij protesteerde tegen het recht van Michael, de Schepper-Zoon, om de soevereiniteit in Nebadon op zich te nemen uit naam van een hypothetische Paradijs-Vader en om alle persoonlijkheden getrouwheid aan deze ongeziene Vader op te leggen. Hij beweerde dat het gehele plan van godsverering een sluw complot was om de Paradijs-Zonen te verheffen. Hij was bereid om Michael te erkennen als zijn Schepper-vader, maar niet als zijn God en wettige vorst.

(603.5) 53:3.4 Een zeer bittere aanval deed hij op het recht van de Ouden der Dagen – ‘vreemde potentaten’ – om tussenbeide te komen in de zaken van de plaatselijke stelsels en universa. Hij wraakte deze regeerders als tyrannen en usurpators. Hij riep zijn volgelingen op te geloven dat geen van deze regeerders iets kon uitrichten dat de werking van volledig zelfbestuur zou belemmeren, indien mensen en engelen slechts de moed zouden hebben voor zichzelf op te komen en hun rechten stoutmoedig op te eisen.

(603.6) 53:3.5 Hij beweerde dat de scherprechters van de Ouden der Dagen verhinderd konden worden in de plaatselijke stelsels te functioneren, indien de wezens die daar geboren waren maar hun onafhankelijkheid wilden opeisen. Hij beweerde dat onsterfelijkheid van nature eigen was aan de persoonlijkheden van de stelsels, dat de opstanding natuurlijk en automatisch was en dat alle wezens eeuwig zouden leven, ware het niet dat de scherprechters van de Ouden der Dagen willekeurige en onrechtvaardige daden pleegden.

(604.1) 53:3.6 3. De aanval op het universele plan voor de opleiding van opklimmende stervelingen. Lucifer beweerde dat er veel te veel tijd en energie werd besteed aan het plan om opklimmende stervelingen zo grondig op te leiden in de beginselen van het universum-bestuur, beginselen waarvan hij beweerde dat ze onethisch en ondeugdelijk waren. Hij protesteerde tegen het eeuwenlange programma om stervelingen uit de ruimte voor te bereiden op een of andere onbekende bestemming, en verwees naar de aanwezigheid van het Korps der Volkomenen op Jerusem als bewijs dat deze stervelingen eeuwen besteed hadden aan de voorbereiding op een bestemming die zuiver fictief was. Honend wees hij erop dat de volkomenen geen glorieuzer bestemming hadden gevonden dan te worden teruggestuurd naar nederige werelden zoals die waarvan zij afkomstig waren. Hij impliceerde dat zij gecorrumpeerd waren door te veel discipline en een te langdurige opleiding, en dat zij in werkelijkheid verraders waren van hun medestervelingen, aangezien zij nu meewerkten aan het plan om de gehele schepping onder het juk te brengen van de ficties van een mythische eeuwige bestemming voor opklimmende stervelingen. Hij bepleitte dat opklimmende stervelingen de vrijheid van individuele zelfbestemming zouden genieten. Het gehele plan voor de opklimming van stervelingen, zoals dit wordt verzorgd door de Paradijs-Zonen van God en ondersteund door de Oneindige Geest, werd door hem aangevochten en veroordeeld.

(604.2) 53:3.7 Met zulk een Vrijheidsverklaring nu ontketende Lucifer zijn orgie van duisternis en dood.

4. Het uitbreken van de opstand

(604.3) 53:4.1 Het manifest van Lucifer werd bekendgemaakt tijdens de geheime jaarvergaderin g van Satania op de glazen zee, op de laatste dag van het jaar, ongeveer tweehonderdduizend jaar Unrantia-tijd geleden, in tegenwoordigheid van de verzamelde heerscharen van Jerusem. Satan kondigde af dat de universele machten – fysische, intellectuele en geestelijke – mochten worden aanbeden, maar dat men alleen trouw kon zweren aan Lucifer, de daadwerkelijke huidige regeerder, ‘de vriend van mensen en engelen’ en de ‘God der vrijheid.’

(604.4) 53:4.2 Zelfbewustheid was de oorlogskreet in de opstand van Lucifer. Een van zijn voornaamste argumenten was dat indien zelfbestuur goed en juist was voor de Melchizedeks en voor andere groepen, het derhalve even goed was voor alle orden der denkende wezens. Hij was stoutmoedig en vasthoudend in zijn pleidooi voor de ‘gelijkheid van bewustzijn’ en ‘de broederschap van intelligentie.’ Hij beweerde dat alle bestuur beperkt diende te worden tot de plaatselijke planeten en de vrijwillige confederatie hiervan in de plaatselijke stelsels. Hij hekelde alle andere vormen van toezicht. Hij beloofde de Planetaire Vorsten dat zij als allerhoogste bewindvoerders de werelden zouden regeren. Hij hekelde de wetgevende activiteiten op de hoofdkwartieren van de constellaties en het behandelen van gerechtelijke zaken op de hoofdwerelden van de stelsels. Hij beweerde dat al deze regeringsfucnties op de hoofdwerelden van de stelsels geconcentreerd moesten worden, en stelde vervolgens zijn eigen wetgevende vergadering in en organiseerde zijn eigen rechtbanken, onder de jurisdictie van Satan. Bovendien instrueerde hij de vorsten op de afvallige werelden om hetzelfde te doen.

(604.5) 53:4.3 Alle bestuurders van Lucifers kabinet gingen gezamenlijk over en werden in het openbaar beëdigd als ambtenaren van het bestuur van het nieuwe hoofd van ‘de bevrijde werelden en stelsels.’

(605.1) 53:4.4 Ofschoon er tweemaal eerder een opstand had plaatsgevonden in Nebadon, was dit in veraf gelegen constellaties geweest. Lucifer meende dat deze opstanden waren mislukt omdat de meerderheid der denkende wezens hun leiders niet was gevolgd. Hij beweerde dat ‘door een meerderheid genomen besluiten wettig zijn,’ dat ‘bewustzijn onfeilbaar is.’ De vrijheid die hem door de regeerders van het universum werd gelaten, schraagde ogenschijnlijk vele van zijn infame beweringen. Hij weerstond al zijn superieuren en toch schonken zij ogenschijnlijk geen aandacht aan zijn handelingen. Hij kreeg zondere enige belemmering de vrije hand om zijn verleidelijke plan uit te voeren.

(605.2) 53:4.5 Alle barmhartige uitstel van gerechtigheid werd door Lucifer aangevoerd als bewijs van het onvermogen van de regering van de Paradijs-Zonen om de opstand te breken. Hij tartte Michael, Immanuel en de Ouden der Dagen openlijk en daagde hen laatdunkend uit, om vervolgens het feit dat hier geen actie op volgde aan te voeren als positief bewijs van de machteloosheid van de regeringen van het universum en het superuniversum.

(605.3) 53:4.6 Gabriël was persoonlijk tegenwoordig bij al deze trouweloze handelingen en kondigde alleen aan dat hij te zijner tijd voor Michael zou spreken en dat alle wezens vrij en ongehinderd hun keuze zouden kunnen maken; dat de ‘regering van de Zonen voor de Vader alleen die getrouwheid en toewijding verlangden die vrijwillig, van ganser harte en zonder drogredenen werd geschonken.’

(605.4) 53:4.7 Het werd Lucifer toegestaan zijn opstandige regering volledig te installeren en grondig te organiseren voordat Gabriël ook maar een poging ondernam om het recht van secessie aan te vechten of de propaganda van de opstandelingen tegen te gaan. De Constellatie-Vaders beperkten de activiteit van deze trouweloze persoonlijkheden echter onmiddellijk tot het stelsel Satania. Niettemin was deze periode van uitstel een tijd van grote bezoeking en beproeving voor de getrouwe wezens in heel Satania. Enige jaren lang was alles in chaos en heerste er grote verwarring op de woningwerelden.

5. De aard van het conflict

(605.5) 53:5.1 Bij het uitbreken van de opstand in Satania ging Michael te rade bij zijn Paradijs-broeder, Immanuel. Na afloop van deze gewichtige conferentie kondigde Michael aan dat hij hetzelfde beleid zou volgen dat zijn optreden bij gelijksoortige gevallen van oproer in het verleden had gekenmerkt, namelijk een houding van non-interventie.

(605.6) 53:5.2 Ten tijde van deze opstand en de twee andere die eraan vooraf waren gegaan, bestond er nog geen absoluut, persoonlijk, soeverein gezag in het universum Nebadon. Michael heerste bij goddelijk recht, als plaatsvervanger van de Universele Vader, maar nog niet krachtens zijn eigen persoonlijke recht. Hij had zijn loopbaan van zelfschenking nog niet voltooid: hij was nog niet bekleed met ‘alle macht in de hemel en op aarde.’

(605.7) 53:5.3 Van het uitbreken van de opstand tot aan de dag dat hij de troon besteeg als soeverein regeerder van Nebadon, bemoeide Michael zich nimmer met de opstandige strijdmachten van Lucifer: bijna tweehonderdduizend jaar Urantia-tijd lang konden zij vrijelijk hun gang gaan. Christus Michael heeft nu macht en gezag in overvloed om onmiddellijk en zelfs zonder vorm van proces te reageren op een dergelijke uitbarsting van trouweloosheid, maar wij betwijfelen of dit soevereine gezag hem anders zou doen handelen indien zich wederom zo’n oproer zou voordoen.

(605.8) 53:5.4 Aangezien Michael verkoos afzijdig te blijven van de eigenlijke oorlogvoering bij de opstand van Lucifer, riep Gabriël zijn persoonlijke staf samen op Edentia, en verkoos hij, na overleg met de Meest Verhevenen, het bevel over de getrouwe heerscharen van Satania op zich te nemen. Michael bleef op Salvington, terwijl Gabriël zich naar Jerusem begaf en zich installeerde op de wereld die gewijd is aan de Vader – dezelfde Universele Vader wiens persoonlijkheid door Lucifer en Satan in twijfel was getrokken. In tegenwoordigheid van de verzamelde heerscharen van getrouwe persoonlijkheden, ontrolde hij de banier van Michael, het materiële embleem van de heerschappij van de Triniteit over de gehele schepping, de drie azuurblauwe concentrische ringen op een witte achtergrond.

(606.1) 53:5.5 Het embleem van Lucifer was een witte banier met één rode ring, in het centrum waarvan zich een effen zwarte cirkel vertoonde.

(606.2) 53:5.6 ‘En er kwam een oorlog in de hemel; Michaels aanvoerder en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak (Lucifer, Satan en de afvallige vorsten); en de draak en zijn opstandige engelen voerden oorlog maar konden geen stand houden.’ Deze ‘oorlog in de hemel’ was geen lichamelijke strijd zoals ge u zo’n conflict op Urantia zoudt kunnen voorstellen. In de eerste dagen van de strijd oreerde Lucifer zonder onderbreking in het planetaire amfitheater. Vanuit het hoofdkwartier dat Gabriël daar dichtbij had betrokken, ontmaskerde deze voortdurend de opstandige drogredenen. De verschillende persoonlijkheden die op de wereld waren en twijfelden over het standpunt dat zij zouden innemen, reisden heen en weer tussen deze discussies, tot zij een finale beslissing hadden bereikt.

(606.3) 53:5.7 Maar deze oorlog in de hemel was zeer verschrikkelijk en zeer werkelijk. Ofschoon er geen van de barbaarse praktijken werden vertoond die zo kenmerkend zijn voor fysieke oorlogvoering op de onvolwassen werelden, was dit conflict veel dodelijker: het materiële leven loopt gevaar in de materiële strijd, maar in de oorlog die in de hemel werd gestreden ging het om het eeuwig leven.

6. Een getrouwe serafijnse bevelhebber

(606.4) 53:6.1 Talrijke persoonlijkheden verrichtten vele nobele, inspirerende daden van toewijding en loyaliteit in de periode tussen het uitbreken der vijandigheden en de aankomst van de nieuwe regeerder van het stelsel en diens staf. Maar van al deze vermetele heldendaden van toewijding was het moedige gedrag van Manotia, de onderbevelhebber van de serafijnen van het hoofdkwartier van Satania, het aangrijpendst.

(606.5) 53:6.2 Bij het uitbreken van de opstand op Jerusem sloot het hoofd van de serafijnse heerscharen zich aan bij de zaak van Lucifer. Ongetwijfeld is dit de verklaring voor het feit dat er zulk een groot aantal serafijnen van de vierde orde, de bestuursserafijnen van het stelsel, het verkeerde pad opging. De serafijnse aanvoerder werd geestelijk verblind door de briljante persoonlijkheid van Lucifer, wiens innemende manieren de hemelse wezens van de lagere orden fascineerde. Dezen konden eenvoudig niet bevatten dat het mogelijk was dat zulk een oogverblindende persoonlijkheid een misstap zou begaan.

(606.6) 53:6.3 Kort geleden zei Manotia, toen zij haar ervaringen bij het begin van de opstand van Lucifer beschreef: ‘Mijn opbeurendste uren heb ik echter meegemaakt tijdens het opwindende avontuur in verband met de opstand van Lucifer, toen ik, als serafijns onderbevelhebber, weigerde deel te nemen aan de belediging van Michael die op stapel stond; de machtige opstandelingen trachtten mij te vernietigen door middel van de verbindingstroepen die zij in het veld hadden gebracht. Er was een verschrikkelijk oproer op Jerusem, maar geen enkele getrouwe serafijn werd schade berokkend.

(606.7) 53:6.4 ‘Bij het in gebreke blijven van mijn directe superieur had ik de plicht om het bevel over de heerscharen der engelen op Jerusem op mij te nemen als titulair bestuurder van de verwarde serafijnse zaken van het stelsel. Ik werd moreel ondersteund door de Melchizedeks, bekwaam bijgestaan door de meerderheid der Materiële Zonen, verlaten door een enorm aantal van mijn eigen orde, maar op luisterrijke wijze gesteund door de opklimmende stervelingen op Jerusem.

(606.8) 53:6.5 ‘Omdat wij door de afscheiding van Lucifer automatisch waren afgesloten van de circuits van de constellatie, waren wij afhankelijk van de loyaliteit van ons inlichtingenkorps dat vanuit het nabijgelegen stelsel Rantulia onze verzoeken om hulp doorzond naar Edentia; en wij bemerkten dat het inherent was aan het koningschap van orde, het intellect van getrouwheid en de geest van waarheid om te triomferen over opstand, zelfbewustheid en zogenaamde persoonlijke vrijheid: wij waren in staat vol te houden tot de komst van de nieuwe Stelsel-Soeverein, de waardige opvolger van Lucifer. Onmiddellijk hierna werd ik aangesteld bij het korps der Melchizedek-curatoren van Urantia, en nam ik het gezag op mij over de getrouwe serafijnse orden op de wereld van de verrader Caligastia, die zijn wereld had uitgeroepen tot lid van het nieuw ontworpen stelsel van “bevrijde werelden en vrijgemaakte persoonlijkheden,” zoals voorgelegd in de schandelijke Vrijheidsverklaring, uitgegeven door Lucifer in zijn oproep aan de “vrijheidminnende, vrijdenkende en vooruitziende denkende wezens op de slecht geregeerde en slecht bestuurde werelden van Satania.”’

(607.1) 53:6.6 Deze engel is nog steeds in dienst op Urantia, en is werkzaam als mede-aanvoerder der serafijnen.

7. De geschiedenis van de opstand

(607.2) 53:7.1 De opstand van Lucifer omvatte het gehele stelsel. Zevenendertig afvallige Planetaire Vorsten deden het bestuur van hun werelden grotendeels naar de zijde van de aartsrebel omslaan. Alleen op Panoptia slaagde de Planetaire Vorst er niet in gehoor te vinden bij zijn volk. Op deze wereld schaarde het volk, geleid door de Melchizedeks, zich achter Michael. Ellanora, een jonge vrouw van dat gebied van stervelingen, nam de leiding over de mensenrassen in handen, en geen enkele ziel op die door tweedracht verscheurde wereld schaarde zich onder de banier van Lucifer. Nadien hebben deze getrouwe Panoptianen steeds dienst gedaan op de zevende overgangswereld van Jerusem als verzorgers van en bouwers op de wereld van de Vader en de zeven detentie-werelden die haar omringen. De Panoptianen treden niet alleen op als de letterlijke beheerders van deze werelden, maar zijn ook de uitvoerders van de persoonlijke opdrachten van Michael ten aanzien van de verfraaiing van deze werelden, met het oog op een nog onbekend gebruik dat er in de toekomst van gemaakt zal worden. Zij doen d it werk tijdens hun verblijf aldaar, op weg naar Edentia.

(607.3) 53:7.2 Gedurende deze gehele periode bepleitte Caligastia op Urantia aldoor de zaak van Lucifer. De Melchizedeks boden bekwaam tegenstand aan de afvallige Planetaire Vorst, maar de drogredenen over ongebreidelde vrijheid en de waandenkbeelden over zelfbewustheid kregen alle gelegenheid om de primitieve volkeren op deze jonge, onontwikkelde wereld te misleiden.

(607.4) 53:7.3 Alle propaganda voor de afscheiding was afhankelijk van persoonlijke inspanningen, omdat de nieuwsdienst en alle andere kanalen van interplanetaire communicatie buiten werking waren gesteld door de actie van de supervisoren van de circuits van het stelsel. Bij het daadwerkelijk uitbreken van de opstand werd het gehele stelsel Satania afgesloten van de circuits van zowel de constellatie als het universum. In deze tijd werden alle inkomende en uitgaande berichten overgebracht door serafijnse agenten en Solitaire Boodschappers. De circuits naar de gevallen werelden werden ook afgesneden, zodat Lucifer deze toegang niet kon gebruiken om zijn misdadige plan te bevorderen. En deze circuits zullen niet weer in werking worden gesteld zolang de aartsrebel in leven is binnen de grenzen van Satania.

(607.5) 53:7.4 Dit was een Lanonandek-opstand. De hogere orden van zonen van de plaatselijke universa deden niet mee aan de afscheiding van Lucifer, ofschoon enkele Levendragers die op de opstandige planeten gestationeerd waren, enigszins beïnvloed raakten door de opstand der trouweloze vorsten. Geen enkele Getrinitiseerde Zoon dwaalde af. De Melchizedeks, de aartsengelen en de Schitterende Avondsterren bleven allen trouw aan Michael en streden, samen met Gabriël, moedig voor de wil van de Vader en de heerschappij van de Zoon.

(608.1) 53:7.5 Geen enkel wezen van Paradijs-oorsprong raakte bij de trouweloosheid betrokken. Samen met de Solitaire Boodschappers vestigden zij hun hoofdkwartier op de wereld van de Geest en schaarden zij zich onder de leiding van de Getrouwe der Dagen van Edentia. Geen van de bemiddelaars werd afvallig, en geen enkele Hemelse Registrator dwaalde af. Maar van de Morontia-Metgezellen en de Woningwereld-Leraren werd een zware tol geëist.

(608.2) 53:7.6 Geen enkele engel van de allerhoogste orde der serafijnen ging verloren, maar van de volgende orde, de hogere serafijnen, liet zich een aanzienlijk aantal om de tuin leiden en verstrikken. Een aantal engelen van de derde ofwel toezichthoudende orde werd eveneens misleid. De vreselijke breuk vond echter plaats in de vierde groep, de bestuursengelen, de serafijnen die gewoonlijk worden aangesteld om dienst te doen op de hoofdwerelden van de stelsels. Manotia redde bijna twee derden van dezen, maar iets meer dan één derde volgde hun aanvoerder toen deze zich aansloot bij de gelederen der opstandelingen. Een derde van alle cherubijnen op Jerusem die waren toegevoegd aan de bestuursengelen ging samen met hun ontrouwe serafijnen verloren.

(608.3) 53:7.7 Van de planetaire helpers, de engelen toegewezen aan de Materiële Zonen, werd ongeveer een derde misleid, en bijna tien procent van de overgangsdienaren raakte verstrikt. In symbolische vorm zag Johannes dit, toen hij over de grote rode draak schreef, zeggende: ‘En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die in de duisternis neder.’

(608.4) 53:7.8 Het grootste verlies werd geleden in de gelederen der engelen, maar ook de meeste lagere orden der denkende wezens raakten betrokken in trouweloosheid. Van de 681.217 Materiële Zonen die in Satania verloren zijn gegaan, was vijfennegentig procent het slachtoffer van de opstand van Lucifer. Grote aantallen middenschepselen gingen verloren op de individuele planeten wier Planetaire Vorsten de zaak van Lucifer aanhingen.

(608.5) 53:7.9 In vele opzichten was deze rebellie de wijdst verbreide en rampzaligste van al dergelijke voorvallen in Nebadon. Bij deze opstand waren meer persoonlijkheden betrokken dan bij de beide voorgaande. En het strekt Lucifer en Satan tot eeuwige schande dat hun afgezanten de opleidingsscholen voor kleine kinderen op de culturele planeet der volkomenen niet spaarden, maar integendeel het zich ontwikkelende bewustzijn van deze kinderen die in barmhartigheid van de evolutionaire werelden in veiligheid waren gebracht, trachtten te corrumperen.

(608.6) 53:7.10 De opklimmende stervelingen waren kwetsbaar, maar weerstonden de bedrieglijke redeneringen der opstand beter dan de lagere geesten. Ofschoon velen op de lagere woningwerelden, zij die de finale fusie met hun Richter nog niet hadden bereikt, ten val kwamen, moet hier ter glorie van de wijsheid van het opklimmingsplan worden vastgelegd dat geen enkele der opklimmende burgers van Satania die op Jerusem verbleven, deelnam aan de opstand van Lucifer.

(608.7) 53:7.11 Uur na uur, dag in dag uit, waren de omroepstations van geheel Nebadon omstuwd door bezorgde waarnemers uit iedere denkbare klasse van hemelse wezens, die de bulletins over de opstand in Satania gespannen doornamen en zich verheugden toen de verslagen voortdurend melding maakten van de onwankelbare trouw van de opklimmende stervelingen, die onder de leiding van de Melchizedeks met goed gevolg de gecombineerde, langdurige inspanningen weerstonden van alle sluwe, boze machten die zich zo snel onder de banieren van afscheiding en zonde hadden verzameld.

(608.8) 53:7.12 Vanaf het begin van de ‘oorlog in de hemel’ duurde het meer dan twee jaar stelsel-tijd voordat de opvolger van Lucifer werd geïnstalleerd. Maar ten slotte kwam de nieuwe Soeverein, en landde met zijn staf op de glazen zee. Ik hoorde tot de reservisten die door Gabriël op Edentia waren gemobiliseerd, en ik herinner me de eerste boodschap van Lanaforge aan de Constellatie-Vader van Norlatiadek zeer goed. Zij luidde: ‘Geen enkele burger van Jerusem is verloren gegaan. Iedere opklimmende sterveling heeft de vuurproef overleefd en is triomferend, als volkomen overwinnaar, uit deze cruciale beproeving tevoorschijn gekomen.’ En deze boodschap, die de verzekering inhield dat de overlevingservaring in de opklimming van stervelingen de grootste veiligheid biedt tegen opstand en de zekerste waarborg tegen zonde, werd doorgezonden naar Salvington, Uversa en het Paradijs. Deze edele groep getrouwe stervelingen op Jerusem telde precies 187.432.811 leden.

(609.1) 53:7.13 Bij de aankomst van Lanaforge werden de aartsrebellen onttroond en werden hun al hun bestuurlijke bevoegdheden ontnomen, ofschoon het hun werd toegestaan zich vrij te bewegen op Jerusem en de morontia-werelden en zelfs naar de individuele bewoonde werelden te gaan. Zij bleven doorgaan met hun bedrieglijke, verleidelijke pogingen om het denken van mensen en engelen te verwarren en te misleiden. Maar wat hun werk op de bestuurlijke heuvel van Jerusem betreft, ‘werd hun plaats niet meer gevonden.’

(609.2) 53:7.14 Ofschoon Lucifer uit alle bestuurlijke macht in Satania was ontzet, bestond er toen geen macht of rechtbank in het plaatselijk universum die deze verdorven opstandeling kon detineren of vernietigen: in die tijd was Michael nog geen soeverein regeerder. De Ouden der Dagen steunden de Constellatie-Vaders toen dezen de regering van het stelsel aan zich trokken, maar zij hebben sindsdien geen andere uitspraken gedaan in de vele appels die nog hangende zijn met betrekking tot de huidige status van Lucifer, Satan en hun medewerkers, of de maatregelen die in de toekomst ten aanzien van hen genomen zullen worden.

(609.3) 53:7.15 Aldus werd het deze aartsrebellen toegestaan om het gehele stelsel te doorkruisen ten einde hun leer van misnoegen en zelfbewustheid verder wortel te doen schieten. Maar in bijna tweehonderdduizend Urantia-jaar zijn zij niet in staat gebleken nog een wereld te misleiden. Sinds de val van de zevenendertig werelden in Satania is er geen wereld meer verloren gegaan, zelfs niet één van de jongere werelden die sinds die dag van opstand bevolkt zijn geraakt.

8. De Zoon Des Mensen op Urantia

(609.4) 53:8.1 Lucifer en Satan doorkruisten het stelsel Satania vrijelijk tot de voltooiing van de zelfschenkingsmissie van Michael op Urantia. Zij waren voor het laatst samen op uw wereld ten tijde van hun gecombineerde aanval op de Zoon des Mensen.

(609.5) 53:8.2 Wanneer voordien de Planetaire Vorsten, de ‘Zonen van God’ periodiek verzameld waren, ‘kwam Satan ook,’ bewerende dat hij alle geïsoleerde werelden van de gevallen Planetaire Vorsten vertegenwoordigde. Maar deze vrijheid wordt hem op Jerusem sinds Michaels laatste zelfschenking niet meer toegestaan. Tengevolge van de poging van Lucifer en Satan om Michael te corrumperen toen hij in het vlees der zelfschenking was, is in heel Satania alle sympathie voor hen verdwenen, dat wil zeggen, buiten de geïsoleerde werelden van zonde.

(609.6) 53:8.3 De zelfschenking van Michael heeft de opstand van Lucifer in heel Satania beëindigd, behalve op de planeten van de afvallige Planetaire Vorsten. En dit was de betekenis van Jezus’ persoonlijke ervaring, kort voor zijn dood in het vlees, toen hij op een dag tegen zijn discipelen uitriep: ‘En ik zag Satan als bliksem uit de hemel vallen.’ Deze was met Lucifer naar Urantia gekomen voor de laatste, cruciale strijd.

(609.7) 53:8.4 De Zoon des Mensen was vol vertrouwen dat hij zou slagen, en hij wist dat zijn triomf op uw wereld de status van zijn eeuwenoude vijanden voor altijd zou regelen, niet alleen in Satania maar ook in de twee andere stelsels waar zonde haar intrede had gedaan. Er was overleving voor stervelingen en veiligheid voor engelen toen uw Meester, in antwoord op de voorstellen van Lucifer, kalm en met goddelijke zekerheid sprak: ‘Ga achter mij, Satan.’ Dit was, in principe, het werkelijke einde van de opstand van Lucifer. De rechtbanken op Uversa hebben weliswaar inzake het appèl van Gabriël waarbij hij verzoekt de opstandelingen te vernietigen, hun beslissing tot tenuitvoerlegging nog niet uitgesproken, maar een dergelijke beslissing zal in de volheid der tijden ongetwijfeld worden genomen, aangezien de eerste stap in de behandeling van deze zaak reeds is gezet.

(610.1) 53:8.5 Caligastia werd door de Zoon des Mensen tot kort voor diens dood erkend als de formele Vorst van Urantia. Jezus sprak: ‘Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de vorst dezer wereld neergeworpen worden.’ Toen de voltooiing van zijn levenswerk nog nader was gekomen, kondigde hij aan: ‘De vorst dezer wereld is geoordeeld.’ En het is deze zelfde onttroonde en tot schande gekomen Vorst, die eens werd aangeduid als de ‘God van Urantia.’

(610.2) 53:8.6 Het laatste wat Michael deed voordat hij Urantia verliet, was dat hij Caligastia en Daligastia genade aanbood, maar zij versmaadden zijn tedere voorstel. Het staat Caligastia, uw afvallige Planetaire Vorst, nog steeds vrij om op Urantia zijn misdadige plannen na te streven, maar hij heeft absoluut geen macht om het bewustzijn van mensen binnen te dringen en evenmin kan hij hun zielen benaderen om deze te verleiden of te corrumperen, tenzij zij werkelijk verlangen naar de vloek van zijn boze tegenwoordigheid.

(610.3) 53:8.7 Vóór de zelfschenking van Michael trachtten deze heersers der duisternis hun gezag op Urantia in stand te houden, en weerstonden zij hardnekkig de lagere, ondergeschikte hemelse persoonlijkheden. Maar sinds de dag van Pinksteren zijn deze verraderlijke Caligastia, en zijn even verachtelijke medewerker Daligastia, slaafs onderworpen in de tegenwoordigheid van de goddelijke majesteit der Gedachtenrichters van het Paradijs en de beschermende Geest van Waarheid, de geest van Michael, die is uitgestort over alle vlees.

(610.4) 53:8.8 Zelfs nu dit zo is, moet echter worden gezegd dat geen enkele gevallen geest ooit de macht heeft gehad om het bewustzijn van de kinderen Gods binnen te dringen of hun ziel te kwellen. Noch Satan noch Caligastia heeft ooit de geloofszonen Gods kunnen beroeren of benaderen; geloof is een doelmatig pantser tegen zonde en ongerechtigheid. Het is waar: ‘Hij die uit God geboren is, bewaart zichzelf, en de boze heeft geen vat op hem.’

(610.5) 53:8.9 In het algemeen worden zwakke, verdorven stervelingen, wanneer men aanneemt dat zij onder de invloed staan van duivels en demonen, uitsluitend beheerst door hun eigen inherente, lage aanleg, omdat zij worden meegevoerd door hun eigen natuurlijke neigingen. Aan de duivel is veel kwaad toegeschreven dat hem niet toebehoort. Caligastia is betrekkelijk machteloos geweest sinds het kruis van Christus.

9. De huidige stand van zaken ten aanzien van de opstand

(610.6) 53:9.1 Reeds vroeg in de dagen van de opstand van Lucifer bood Michael alle opstandelingen redding aan. Hij bood aan om allen die blijk gaven van oprecht berouw, te vergeven en opnieuw aan te stellen bij een of andere dienst in het universum, wanneer hij de volledige soevereiniteit over het universum zou hebben bereikt. Geen der aanvoerders nam dit barmhartige aanbod aan. Duizenden van de engelen en hemelse wezens der lagere orden, waaronder honderden Materiële Zonen en Dochters, aanvaardden echter de genade die door de Panoptianen werd afgekondigd en werden gerehabiliteerd ten tijde van Jezus’ opstanding, negentienhonderd jaar geleden. Deze wezens zijn sindsdien overgebracht naar de wereld van de Vader bij Jerusem, waar zij formeel vastgehouden moeten worden totdat de rechtbanken van Uversa vonnis wijzen in de zaak van Gabriël contra Lucifer. Maar niemand betwijfelt dat wanneer het annihilatie-vonnis is uitgesproken, deze berouwvolle, geredde persoonlijkheden zullen worden uitgezonderd van het bevel tot vernietiging. Deze zielen die een proeftijd doormaken, arbeiden thans samen met de Panoptianen bij de verzorging van de wereld van de Vader.

(611.1) 53:9.2 De aartsmisleider is nooit meer op Urantia geweest sinds de dagen toen hij trachtte Michael af te brengen van diens bedoeling om de zelfschenking te voltooien en zich finaal en zeker te installeren als de onbeperkte regeerder van Nebadon. Toen Michael het vaste hoofd van het universum Nebadon werd, is Lucifer in hechtenis genomen door de vertegenwoordigers van de Ouden der Dagen op Uversa, en sindsdien is hij een gevangene op satelliet nummer één van de groep overgangswerelden van Jerusem die de werelden van de Vader zijn. En hier aanschouwen de regeerders van andere werelden en stelsels het einde van de trouweloze Soeverein van Satania. Paulus was bekend met de status van deze opstandige leiders na de zelfschenking van Michael, want hij schreef over Caligastia’s aanvoerders als ‘geestelijke heerscharen van boosheid in de hemelse gewesten.’

(611.2) 53:9.3 Toen Michael de allerhoogste soevereiniteit in Nebadon op zich had genomen, verzocht hij de Ouden der Dagen om toestemming om alle persoonlijkheden die betrokken waren in de opstand van Lucifer te interneren, in afwachting van de uitspraken van de rechtbanken van het superuniversum in de zaak van Gabriël contra Lucifer, die bijna tweehonderdduizend jaar geleden, naar uw tijdrekening, op de rol was geplaatst van het hoge gerechtshof van Uversa. De Ouden der Dagen willigden het verzoek van Michael in met betrekking tot de groep hoofdwerelden in het stelsel, met slechts één enkele uitzondering: Satan kreeg toestemming om periodiek bezoeken af te leggen aan de afvallige vorsten op de gevallen werelden, totdat een andere Zoon van God door deze afvallige werelden zou zijn aanvaard, of tot de tijd dat de rechtbanken van Uversa een begin zouden maken met hun arbitrage in de zaak van Gabriël contra Lucifer.

(611.3) 53:9.4 Satan kon naar Urantia komen omdat er geen permanente Zoon was die op uw wereld resideerde – noch een Planetaire Vorst noch een Materiële Zoon. Sindsdien is Machiventa Melchizedek uitgeroepen tot plaatsvervangend Planetair Vorst van Urantia, en de opening van de zaak van Gabriël contra Lucifer is het signaal geweest voor de installatie van tijdelijke planetaire regeringen op alle geïsoleerde werelden. Weliswaar heeft Satan tot aan de tijd van de schenking van deze openbaringen, toen de eerste behandeling van Gabriëls pleidooi voor de vernietiging van de aartsrebellen plaatsvond, periodiek bezoeken gebracht aan Caligastia en andere gevallen vorsten, doch nu is hij onvoorwaardelijk gedetineerd op de gevangeniswerelden van Jerusem.

(611.4) 53:9.5 Sinds Michaels laatste zelfschenking heeft niemand in heel Satania het verlangen gevoeld om naar de gevangeniswerelden te gaan en de daar geïnterneerde opstandelingen bij te staan. Bovendien hebben zich geen andere wezens voor de zaak van de misleider laten winnen. Negentienhonderd jaar lang is de toestand ongewijzigd gebleven.

(611.5) 53:9.6 Wij verwachten geen opheffing van de huidige beperkingen in Satania voordat de Ouden der Dagen de aartsrebellen finaal uit de weg hebben geruimd. De circuits van het stelsel zullen niet opnieuw in gebruik genomen worden zolang Lucifer in leven is. Intussen is hij geheel inactief.

(611.6) 53:9.7 De opstand is op Jerusem ten einde. Zij eindigt op de gevallen werelden zodra daar goddelijke Zonen arriveren. Wij geloven dat alle opstandelingen die ooit genade zullen aanvaarden, dit reeds gedaan hebben. Wij wachten op de flits van de nieuwsuitzending waardoor deze verraders hun bestaan als persoonlijkheid zal worden ontnomen. Wij verwachten dat de uitspraak van Uversa bekend gemaakt zal worden in de executionaire nieuwsuitzending die de vernietiging van de geïnterneerde opstandelingen zal voltrekken. Dan zult ge hen in hun plaatsen zoeken, maar zij zullen niet gevonden worden. ‘En zij die u kennen onder de werelden zullen verbaasd zijn over u; ge zijt een verschrikking geweest, maar ge zult nimmermeer zijn.’ En zo zullen al deze onwaardige verraders ‘worden alsof zij niet geweest waren.’ Allen wachten op het besluit van Uversa.

(611.7) 53:9.8 Eeuwenlang echter, zijn de zeven gevangeniswerelden van geestelijke duisternis in Satania een ernstige waarschuwing geweest voor heel Nebadon, een welsprekende, doeltreffende verkondiging van de grote waarheid dat ‘de weg van de overtreder moeilijk is;’ ‘dat binnen iedere zonde het zaad verborgen ligt van haar eigen vernietiging,’ dat ‘het loon der zonde de dood is.’


(612.1) 53:9.9 [Aangeboden door Manovandet Melchizedek, voorheen verbonden aan het curatorium van Urantia.]


Información de fondo

AfdrukkenAfdrukken

Urantia Foundation, 533 W. Diversey Parkway, Chicago, IL 60614, USA
Telefoon: +1-773-525-3319
© Urantia Foundation. Alle rechten voorbehouden